Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Verloskunde
Verpleegafdeling B2 Kraamzorg/Verloskunde
Neonatologie


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Flesvoeding


Algemeen
Voeden met de fles is een goed alternatief als u geen borstvoeding (meer) kunt of wilt geven. In deze folder vindt u informatie over onderwerpen die belangrijk zijn als u uw kind voedt met de fles.

U leest meer over:
  1. de hechting tussen u en uw baby;
  2. voedingssignalen van uw baby;
  3. hoe u uw baby het beste de fles kunt geven;
  4. het geven van flesvoeding op de kraamafdeling;
  5. het geven van flesvoeding op de afdeling Neonatologie;
  6. het geven van flesvoeding in de thuissituatie;
  7. ontlasting bij flesvoeding;
  8. het toevoegen van vitamines bij flesvoeding;
  9. borststuwing;
  10. het bijhouden van een dagboekje.

1. De hechting tussen u en uw baby
De eerste uren na de geboorte zijn belangrijk om elkaar goed te leren kennen. Huid-op-huidcontact is erg belangrijk voor het hechtingsproces tussen moeder en kind. Als u en uw baby ertoe in staat zijn, helpen de verpleegkundigen u zoveel mogelijk om aan elkaar gewend te raken. Dit doen we door uw baby het eerste uur na de geboorte bloot bij u op de borst te leggen. Ook daarna is het van belang geregeld huid-op-huidcontact met uw kind te hebben.

Bij het geven van borstvoeding komt de baby automatisch in contact met de huid van de moeder. Omdat u uw baby flesvoeding geeft, is het aan te raden extra alert te zijn op dit huid-op-huidcontact.

Het is belangrijk dat uw baby tijdens huid-op-huidcontact in de juiste houding ligt. De verpleegkundige helpt u hierbij. Het is de bedoeling dat het hoofd van uw baby naar links of rechts gedraaid wordt. Het hoofd en het lichaam moeten in een rechte lijn liggen. Zo kan uw baby goed ademhalen. Het is van belang dat u en/of uw partner goed zicht houden op de houding van uw baby. Zorg dus dat u tijdens huid-op-huidcontact niet in slaap valt.

2. Voedingssignalen van uw baby

Iedere baby heeft zijn eigen behoeften en zijn eigen ritme. Het ene kind wil vaker drinken en heeft meer honger dan het andere. Zowel voor borstvoeding als voor flesvoeding geldt: als uw baby duidelijk laat merken dat hij honger heeft, is het tijd om te voeden. U voedt dus op verzoek van uw kind.

Een baby die aan voeding toe is, gaat op zijn handen sabbelen of maakt smakgeluidjes. Als het kind dan geen voeding krijgt, gaat het huilen. Als uw kind huilt voor een voeding, bent u dus eigenlijk iets te laat met het geven van de fles.

Het is niet altijd makkelijk om de voedingssignalen te herkennen. Als een baby huilt, heeft het niet altijd honger. Soms huilt een baby omdat het moe is en niet in slaap kan vallen. Of omdat het een vieze luier heeft. Of omdat de baby graag dicht bij het warme lichaam van de ouders wil zijn. Geef dus niet iedere keer als uw baby huilt meteen de fles, maar kijk goed naar de signalen die uw baby laat zien.

3. Het geven van de fles
Hieronder volgen een aantal adviezen bij het geven van de fles:
Voeden in zijligging
Soms hebben baby’s moeite met het verwerken van de voeding als het op de rug ligt. De baby knoeit bijvoorbeeld tijdens het drinken, maakt kloek-geluiden of verslikt zich. Het kan helpen uw kind dan in zijligging de fles te geven.

In zijligging drinken is een natuurlijke houding. Het is te vergelijken met het drinken aan de borst. Het heeft veel voordelen ten opzichte van drinken op de rug omdat:
Als u uw baby in zijligging voedt, is het belangrijk dat hij in de juiste houding ligt:
Eventueel kunt u gebruik maken van een voedingskussen en/of een voetenbankje.

Vooral voor te vroeg geboren baby’s kan het coördineren van zuigen, slikken en ademen nog moeilijk zijn. De baby kan tijdens het drinken ‘achter adem komen’ (blijven drinken zonder tussendoor adem te halen), benauwd worden, gaan knoeien of zich verslikken. De meeste baby’s ontwikkelen deze coördinatie vanaf ongeveer 34 weken zwangerschap. In zijligging voeden
Voeden in zijligging

Stress-signalen

Mogelijk laat de baby stress-signalen zien. Dan vindt hij het drinken niet prettig.

Stress-signalen kunnen zijn:
Als de baby stress-signalen laat zien, is het goed het drinken te onderbreken. Dit doet u door de speen van de tong af, richting de wangzak te verplaatsen. Soms is het nodig de speen helemaal uit de mond te halen. De verpleegkundige, lactatiekundige of eventueel een logopedist kan u hierin begeleiden.

Als uw baby nog alert is en voldoende energie heeft om te drinken, kunt u na een korte pauze nogmaals proberen de fles aan te bieden. Het is belangrijk dat de voedingsmomenten prettig verlopen, voor zowel uw kind als uzelf.

Boeren
Tijdens en na de voeding kan het nodig zijn uw baby te laten boeren om de ingeslikte lucht kwijt te raken. De behoefte hieraan verschilt per kind. Samen met de verpleegkundige kunt u herkennen wat uw kind prettig vindt. Zorg ervoor dat de speen steeds vol melk blijft om onnodig luchthappen te voorkomen.

4. Flesvoeding op de kraamafdeling
De kraamafdeling beschikt over kant-en-klare voeding in flesjes. Hierop kunt u een standaard speen van het ziekenhuis bevestigen.

5. Flesvoeding op de afdeling Neonatologie
Op de afdeling Neonatologie verblijven pasgeboren baby’s die extra zorg nodig hebben. Bij een opname van uw kind op de afdeling Neonatologie, bespreekt de kinderarts met u welke voeding geschikt is en op welke manier u uw kindje het beste kunt voeden. De verpleegkundige overlegt met u welke fles en speen u het beste kunt gebruiken.

Na iedere voeding moet u de fles goed omspoelen. Eerst met koud water, dan met warm water. Droog de fles daarna goed af. Het is alleen nodig om 1 keer per dag de fles en speen uit te koken als uw kind opgenomen is. In de thuissituatie gelden andere richtlijnen (zie: flesvoeding thuis). Wij raden u aan een tweede fles aan te schaffen wanneer uw kind meer dan 60 ml drinkt. Deze tweede fles vervangt dan de kleine fles.

6. Flesvoeding thuis
De eerste week na de geboorte heeft uw kind 7 á 8 voedingen per 24 uur nodig. Op de eerste dag geeft u uw kind 10 ml per voeding. Vervolgens verhoogt u de hoeveelheid voeding dagelijks met 10 ml. Op dag twee geeft u uw kind dus 20 ml per voeding; op dag drie 30 ml per voeding, enzovoorts. Op de tiende dag zit er per voeding ongeveer 100 ml in het flesje.

Als u in de kraamperiode (de eerste tien dagen na de bevalling) thuis bent, is de verloskundige eindverantwoordelijk. U kunt met haar overleggen hoeveel voeding u uw kind gaat geven. Na de kraamperiode overlegt u met de kinderarts of de jeugdverpleegkundige hoeveel voeding uw kind mag hebben.

Hoe weet u of de baby voldoende voeding krijgt?
Het gewicht van de baby, zijn natte luiers en het aantal poepluiers geven aan of uw baby genoeg voeding krijgt. Vanaf de derde dag na de geboorte plast een baby gemiddeld 6 keer per dag en poept hij 1 keer per dag. De groei van een baby die flesvoeding krijgt ligt gemiddeld rond de 150-200 gram per week vanaf het moment dat het op zijn geboortegewicht is geweest. De eerste dagen na de geboorte valt uw baby namelijk af.

Clusteren
Zeker de eerste weken willen baby’s soms een paar uur lang vaker en meer drinken. Dat heet clusteren. Meestal doen ze dat in de late middag en vroege avonduren. Clusteren komt vaak voor. Door te clusteren kan de baby langer doorslapen, omdat hij een voorraadje voeding heeft. Het kan ook betekenen dat uw baby behoefte heeft aan contact met u. U kunt hem dan het beste een voeding te geven wanneer hij daarom vraagt. Ook als dat betekent dat u van zijn voedingsritme afwijkt. U zult merken dat hij er rustiger van wordt.

Bereiden van flesvoeding in de thuissituatie
Hieronder leggen we uit hoe u de flesvoeding thuis bereidt. Op de verpakking van kunstvoeding kunnen andere adviezen staan. Wij adviseren u de instructie in deze folder op te volgen.

De voeding maakt u per keer als volgt klaar:
  1. Was uw handen.
  2. Zorg ervoor dat de fles goed schoon is.
  3. Kijk op de verpakking van de kunstvoeding voor de juiste hoeveelheid water en voeding.
  4. Vul het flesje met koud kraanwater. U hoeft het water niet eerst te koken.
  5. Verwarm de fles. Maak de fles niet warmer dan 30 tot 35°C. Deze ideale temperatuur bereikt u als volgt:
    flessenwarmer


    flesje in de pan



    magnetron
    Flessenwarmer
    Volg de gebruiksaanwijzing van de flessenwarmer.
    Een pannetje met warm water
    Plaats het flesje in een pannetje met warm, maar niet kokend water. Schud de fles zachtjes om de warmte goed te verdelen.
    Magnetron
    Verwarm het flesje op maximaal 600 Watt.
    30 ml - 10 seconden
    60 ml - 15 seconden
    90 ml - 20 seconden
    120 ml - 35 seconden
    150 ml - 45 seconden
    200 ml - 60 seconden
  6. Voeg de voeding toe.
    Gebruik het schepje dat bij de verpakking zit voor de juiste dosering. Doe geen extra schepje of een schepje met een ‘kop’ erop in de fles. Dat is schadelijk voor uw baby. Gebruik afgestreken schepjes
  7. Schud de fles.
  8. Controleer altijd de temperatuur van de melk met een druppeltje op de binnenkant van uw pols. Wanneer het ongeveer even warm is als uw huid, is het goed van temperatuur. Als het te heet is, laat het dan even afkoelen. Gebruik de bereide voeding binnen 1 uur.0
  9. Laat uw kind niet langer dan een half uur drinken. Melk die over is, gooit u weg.
Gebruik van kraanwater
Op de verpakking van kunstvoeding staat vaak dat u het water moet koken. Maar in Nederland is dat niet nodig. Ook ongekookt is koud kraanwater in de meeste gevallen veilig voor uw kind.

Houd bij het gebruik van kraanwater rekening met het volgende:
Gebruik mineraalwater
Als u geen kraanwater gebruikt, kunt u mineraalwater gebruiken. Op de verpakking van mineraalwater staat meestal of het geschikt is voor het maken van flesvoeding. Dat betekent dat er lage gehaltes nitraat, nitriet, natrium en fluor inzitten.

Flesjes van tevoren klaarmaken
Maak maximaal 2 flessen van tevoren klaar. Sla stap 5 (verwarmen van de fles) dan over. Zet de klaargemaakte flessen achterin de koelkast. Daar blijft de melk het best gekoeld. Let op dat de temperatuur in de koelkast op 4 °C staat.

Onderweg
Neem geen klaargemaakte fles mee op reis. Neem de juiste hoeveelheid babymelkpoeder mee, bijvoorbeeld in een speciaal melkpoeder-doseerdoosje. Daarin kunt u in verschillende vakjes per voeding de juiste hoeveelheid meenemen. Warm water voor de flesvoeding kunt u meenemen in een thermosfles. Doe er gekookt water in. Dat koelt binnen enkele uren af tot warm water. Neem een flesje koud water mee om met het hete water te mengen als het nog te heet is.

Benodigdheden voor onderweg: dosering melkpoeder, warm water in een thermosfles, flesje koud water en de drinkfles

Flesje schoonmaken
Vervanging fles en speen
Wij raden u aan om de speen elke 6 weken te vervangen. Bij intensief gebruik kunnen spenen al eerder gaan slijten. Spenen die barstjes of andere vormen van slijtage vertonen, moet u altijd vervangen.

(Bron: Voedingscentrum)

7. Ontlasting
Het ontlastingspatroon van een baby die flesvoeding krijgt is anders dan dat van een baby die borstvoeding krijgt. Een baby die flesvoeding krijgt, heeft ongeveer een keer per dag een poepluier. De ontlasting is vaster van structuur dan bij borstvoeding. De kleur is afhankelijk van het soort flesvoeding dat de baby krijgt en kan, net als bij borstvoeding, geel-groen of bruin van kleur zijn.

Als uw baby droge, harde ontlasting heeft, kan dat wijzen op een tekort aan vocht. Voegt u dan wat extra water (circa 10 tot 20 ml per fles) toe aan de voeding. Dit is vaak voldoende om de ontlasting weer soepel te maken. Overleg dit wel eerst met uw verloskundige, de kinderarts of jeugdarts.

8. Vitamines bij flesvoeding

Naast flesvoeding heeft uw baby extra vitamine D nodig. Vitamine D zorgt voor sterke botten. Wanneer u per dag minder dan 500 milliliter kunstvoeding geeft, dan heeft uw kind ook extra vitamine K nodig. Vitamine K zorgt voor een goede bloedstolling. Deze vitaminen zijn te koop bij de apotheek of drogist. U begint met het geven van vitamine D en K als uw baby een week oud is.
Vitamine

* Ook al zit er vitamine D in flesvoeding, we raden toch aan om extra vitamine D te geven. Dan weet u zeker dat uw kind voldoende vitamine D binnenkrijgt. Met een combinatie van vitamine D in flesvoeding en vitamine D-druppels, zit u nog ruim onder de veilige bovengrens.
** Kijk op het flesje vitamine D hoeveel druppels dit zijn.
*** Heeft uw kind een donkere of getinte huid? Dan is extra vitamine D een leven lang nodig. Ga in dat geval na de vierde verjaardag van uw kind dus gewoon door met het geven van vitamine D.

(Bron: Voedingscentrum)

9. Borststuwing
Na de bevalling kan de melkproductie toch op gang komen, ondanks dat u geen borstvoeding geeft. U kunt dan last krijgen van borststuwing. Door de stuwing kunnen uw borsten melk gaan lekken en uw borsten kunnen pijnlijk zijn.

Als u last heeft van de stuwing, kunt u het volgende doen:
Bij ernstige stuwing en koorts moet u contact opnemen met de verloskundige/gynaecoloog/lactatiekundige.

10. Dagboekje
Wij raden u aan om onderstaand dagboekje in te vullen als u in het ziekenhuis bevallen bent. Wanneer u weer naar huis gaat, kan de kraamverzorgster zien hoe het de afgelopen dagen is gegaan met uw kindje. Voor uzelf is het ook handig om een overzicht bij te houden.

Dagboek flesvoeding

Dagboek flesvoeding

Dagboek flesvoeding

Dagboek flesvoeding

Vragen
Heeft u nog vragen? Stelt u ze dan tijdens uw afspraak met uw arts of neem telefonisch contact op met ons. Het secretariaat van de polikliniek Kindergeneeskunde is bereikbaar op werkdagen van 09.00 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0314) 32 95 96.

Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u digitaal vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het ‘Privacyreglement Patiënten’, vraag ernaar bij uw zorgverlener).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl.


Foldernummer: 696-jun 22