Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Kindergeneeskunde
Urologie


Orchidopexie bij kinderen


Algemeen
Binnenkort wordt uw kind opgenomen voor een orchidopexie. De arts heeft u uitgelegd waarom en op welke wijze deze ingreep plaatsvindt. In deze folder staat aanvullende informatie over de orchidopexie. In de folder 'Operatie van uw kind' vindt u adviezen over de voorbereiding van uw kind op een operatie en over de gang van zaken op deze dag.

Orchidopexie
Bij sommige jongetjes is tijdens de ontwikkeling, de zaadbal ergens in het lieskanaal blijven steken en niet volledig ingedaald in de balzak (scrotum). Voor een goede productie van zaadcellen op latere leeftijd is het noodzakelijk dat de zaadbal zich in het scrotum bevindt.

De operatie
De operatie gebeurt onder narcose. De specialist maakt een klein sneetje in de lies en zoekt de zaadbal op. Daarna brengt hij deze in de balzak. Via een klein sneetje in de huid van de balzak hecht hij vervolgens de zaadbal onder in het scrotum vast. De wondjes worden met een oplosbare hechting gesloten; deze verdwijnt dus vanzelf.

Na de operatie
De specialist komt meestal direct na de operatie bij u in de wachtruimte van de uitslaapkamer. Hier vertelt hij hoe de operatie is verlopen. Uw kind krijgt tijdens de operatie een infuus in de hand of arm. Dit is een slangetje dat is verbonden met een zak met vloeistof. Het uiteinde van het infuus dat in de hand of arm zit, noemen we een venflon. Deze blijft na de operatie in de hand of arm zitten. De kinderverpleegkundige verwijdert de venflon voordat u weer naar huis gaat.

Na de operatie mag uw kind drinken. Als uw kind niet misselijk is, kan hij thuis weer normaal eten. Na de operatie hoeft uw kind geen bedrust te houden. Hij zal nog niet helemaal de oude zijn, maar dat komt in de loop van de dagen vanzelf. Ongeveer een week na de operatie kan uw kind weer naar school. Wacht u met fietsen, zwemmen, sporten of meedoen met gymnastiek tot twee weken na de operatie.

Wondverzorging
Houdt u de wond droog en schoon. Als uw kind luiers draagt, kunt u deze het beste wat vaker verwisselen. Is de pleister losgegaan of toch erg vies geworden dan kunt u voorzichtig de pleister eraf halen. U kunt er een nieuwe pleister op doen. Let u erop dat de plakranden van de pleister niet op de wond komen.

Uw kind mag kort (5 minuten) douchen. Een goed sluitende onderbroek of luier ondersteunt de balzak. Dit voorkomt vochtophoping. Daaroverheen kan uw kind een joggingbroek of een andere ruimzittende broek dragen.

Het is mogelijk dat het operatiegebied de eerste dagen wat opgezet is. In de regel verdwijnt dit na ongeveer zeven dagen vanzelf en is behandeling niet nodig.

Pijnbestrijding
Uw kind kan ook de komende dagen pijnstilling (paracetamol) nodig hebben. De paracetamol (als zetpil of als (smelt)tablet) geeft u volgens de bijsluiter. Wij raden u aan de bijsluiter nauwkeurig te lezen. Door de pijn te verminderen slaapt uw kind rustiger, waardoor het sneller opknapt. Voordat u naar huis gaat, bespreekt de kinderverpleegkundige de pijnstilling voor die dag en de volgende dagen met u.

Complicaties
De mogelijke complicaties beperken zich bijna altijd tot de wond. Neemt u contact op met uw huisarts als:
Problemen/vragen na de behandeling
Heeft u naar aanleiding van de behandeling vragen of heeft u medische zorg nodig, neemt u dan contact op met uw huisarts. Uw huisarts is op de hoogte van de situatie. Indien nodig overlegt de huisarts met de specialist in het ziekenhuis. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u de huisartsenpost bellen.

Vragen voor de behandeling
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan voordat uw kind wordt opgenomen aan de specialist die uw kind behandelt. U kunt bellen met:
Hoe gaan wij om met vertrouwelijke gegevens van uw kind
Zodra uw kind in het ziekenhuis komt, leggen wij persoonlijke gegevens over hem/haar vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die uw kind behandelt en de zorgverleners die bij de behandeling betrokken zijn mogen deze gegevens inzien. U mag de gegevens van uw kind inzien als uw kind jonger is dan 12 jaar. Is uw kind 12 jaar of ouder, dan moet uw kind hiervoor toestemming geven.

Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het 'Privacyreglement Patiënten', verkrijgbaar bij Bureau Patiëntenvoorlichting). De kinderartsen vinden dat ook artsen die werkzaam zijn bij het consultatiebureau alle belangrijke medische informatie over uw kind moeten hebben. Deze informatie wordt daarom standaard doorgestuurd aan de arts van het consultatiebureau en zo nodig de schoolarts. Mocht u hier bezwaar tegen hebben, dan kunt u dat mondeling én schriftelijk kenbaar maken bij de kinderarts die uw kind behandeld.

Daarnaast kunnen de huisarts, de huisartsenpost en de apotheker een samenvatting van de medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl (klik op: Patiënteninfo > Folders).


Foldernummer: 170-nov 18