Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Kindergeneeskunde
Neonatologie


Thuis uw kind zelf sondevoeding geven


Persoonlijke gegevens

Gegevens over de sonde en de voeding van:

.......................................................................................................................

Datum: ..........................................................................................................

Maat maagsonde: CH...................................................................................

Merk sonde: .................................................................................................

Sonde verwisselen op: .................................................................................

Voedingsvoorschrift:

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

Toedieningsschema:

......................................................................................................................

......................................................................................................................

Eten en drinken naast de sondevoeding wel/niet toegestaan:

......................................................................................................................

Hoeveelheid:

......................................................................................................................

Inleiding
Uw kind mag naar huis, maar heeft nog wel sondevoeding nodig. De kinderarts heeft u gevraagd om uw kind thuis zelf sondevoeding te geven. In deze folder leest u wat u moet weten over sondevoeding en vindt u adviezen hoe u thuis met de sondevoeding dient om te gaan.

Sondevoeding
Sondevoeding is dunne, vloeibare voeding die via een maagsonde of een PEG-sonde in de maag loopt. Een maagsonde is een slangetje dat door de neus via de keelholte en de slokdarm in de maag uitkomt. Bij een PEG-sonde is het slangetje operatief via de buikwand in de maag gebracht.

De sondevoeding kan afgekolfde moedermelk of een volwaardige (zuigelingen)voeding zijn. De kinderarts of diëtist beoordeelt welke voeding voor uw kind het meest geschikt is en overlegt dat met u.

Sondevoeding kan de normale voeding in zijn geheel vervangen maar het kan ook een aanvulling zijn op wat uw kind zelf kan of mag eten en drinken.
Waarom sondevoeding
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw kind sondevoeding nodig heeft:
  • Uw kind kan niet of onvoldoende slikken.
  • Uw kind heeft een belemmering in het spijsverteringskanaal waardoor de voeding niet via de normale weg naar de maag kan.
  • Uw kind heeft een verminderde lichamelijke conditie, waardoor eten en drinken te vermoeiend is.
  • Uw kind heeft (tijdelijk) een afkeer van eten en drinken, mogelijk door een bepaald dieet.
  • Uw kind heeft een afbuigende groeicurve, waardoor tijdelijk bijvoeding middels sondevoeding noodzakelijk is.
Instructie door verpleegkundige
Het inbrengen van een maagsonde en het geven van sondevoeding is een voorbehouden handeling. Dit betekent dat deze handeling in principe alleen door deskundigen (zoals een verpleegkundige) mag worden uitgevoerd. De verpleegkundige mag deze handeling wél aan u overdragen. Zij moet u dan een goede instructie geven.

Als uw kind naar huis gaat, krijgt u in de week voorafgaand aan het ontslag op de afdeling een gerichte training. U leert om de handelingen rond het sondevoeding geven goed en veilig uit te voeren. Eventueel kunt u het inbrengen van de sonde ook leren, maar dit is niet noodzakelijk om met uw kind naar huis te kunnen.

De handelingen worden eerst op de afdeling door een kinder- en/of neonatologieverpleegkundige voorgedaan. Vervolgens oefent u onder
begeleiding en tot slot kunt u de handelingen zelfstandig uitvoeren. U traint aan de hand van de checklist. Als u heeft laten zien dat u het goed genoeg kunt (voldoende bekwaam bent) wordt deze lijst door de kinder-/neonatologieverpleegkundige afgetekend.

Het leren inbrengen van een sonde
Als u het prettig vindt bestaat er de mogelijkheid om het inbrengen van een sonde aan te leren. De meeste ouders kiezen er niet voor deze spannende handeling zelf uit te voeren. Er wordt in dit geval contact gezocht met een specialistisch team van de thuiszorg. Een medewerker van dit team komt thuis een sonde inbrengen indien deze er (per ongeluk) uitgetrokken is door uw kind. U kunt de specialistische thuiszorg zelf inschakelen als u hen nodig heeft.

Checklist sondevoeding thuis
De punten die bij het volgen van de checklist aan bod komen:
1. Was uw handen voor u begint en leg de benodigde materialen klaar
(20 ml spuitje, evt. ph stripje + evt. afplakmaterial+ benodigde vloeibare voeding)
Controleer de temperatuur van de voeding: een druppel voeding op de binnenkant van uw pols moet lauwwarm aanvoelen. Als de sondevoeding te warm of te koud is, kan dit een onprettig gevoel geven en/of misselijkheid en braken veroorzaken.

2. Het controleren van de sonde
a) Controleer of de pleister goed vastzit. De pleister hoort aan de sonde vastgeplakt te zitten. De sonde hoort niet los te hangen.
b) Inspecteer, indien mogelijk, de mond-, keelholte. Ligt de sonde zichtbaar in de keel en niet opgekruld?
c) Om veilig sondevoeding te geven moet er iedere keer dat uw kind sondevoeding krijgt, gecontroleerd worden of positie van de sonde juist is. Ter hoogte van het neusgat is op de sonde een markering met een watervaste stift aangebracht. Deze moet zichtbaar zijn. Controleer aan de hand van het vastgestelde markeringspunt op de sonde of de juiste lengte van de sonde is ingebracht.
d) Bij aanwijzingen van mogelijk verkeerde positie van de sonde*. Inspecteert u indien mogelijk de mond/keelholte, ligt de sonde zichtbaar in de keel en niet opgekruld? Indien de sonde zichtbaar in de keel ligt gaat u over op de volgende stap anders verwijdert u de sonde.

* Voorbeelden mogelijke verkeerde positie van de sonde:

Hierna trekt u maaginhoud op en controleert u de PH met behulp van een ph-stripje. Zorg dat de sonde geen voeding of medicatieresten bevat voordat je maaginhoud opzuigt.

Werkwijze pH bepaling
3. Het geven van sondevoeding
Moedermelk, kunstvoeding of sondevoeding krijgt uw kind via de sonde. Waarop let u tijdens het geven van de voeding? U leert de signalen van uw kind te herkennen. De sondevoeding kan op twee manieren worden toegediend:
a) Zelf toedienen door te hevelen. Geef de voeding per sonde iets minder snel dan wanneer uw kind zelf drinkt. U geeft de voeding door de spuit zonder de stamper aan te sluiten op de sonde. De spuit werkt dan als een trechter. Door de zwaartekracht loopt de voeding langzaam de maag in. Loopt de voeding niet vanzelf, dan ligt de sonde mogelijk tegen de maagwand aan. Om dit te verhelpen kunt u de stamper even voorzichtig op de spuit zetten en wat druk uitoefenen. Daarna loopt de voeding meestal goed.
b) Met behulp van een voedingspomp dient u de hoeveelheid voeding toe, de toediensnelheid (ml/uur) wordt met u tijdens de opname besproken. Het is belangrijk om tijdens het inlopen van de voeding er op te letten dat uw kind de sonde er niet uittrekt of verstrikt raakt in het toedieningssysteem. Belangrijk is daarom dat uw kind tijdens de inlooptijd van de voeding sokjes draagt over zijn of haar handen.

4. Het ontluchten en afsluiten van de sonde
5. Het fixeren van een sonde
Wij leren u om de sonde op een veilige wijze te fixeren. U krijgt thuis vaak hetzelfde fixatiemateriaal als op de afdeling gebruikt wordt. Het fixatiemateriaal wordt meegeleverd in het sondevoedingspakket. Check dit altijd voor uw kindje ontslagen wordt uit het ziekenhuis.

6. Het verwijderen van een sonde
Als u twijfelt of de sonde op de juiste plek zit, moet u deze kunnen verwijderen. Als uw kind verkleurt, dan stopt u met het geven van de sondevoeding en verwijdert u de sonde. Deze zit dan niet goed. Bij reacties zoals hikken, misselijkheid, braken en hoesten stopt u even om het daarna nogmaals te proberen. Volg de volgende stappen bij het verwijderen van de maagsonde:

Materialen
De diëtist zorgt ervoor dat de materialen die u thuis nodig heeft (zoals evt. de voedingspomp, de sonde en de spuiten), worden aangevraagd. U krijgt in het geleverde sondevoedingspakket informatie hoe u verbruiksmaterialen in de toekomst kunt bijbestellen.

Prelogopedie
Indien uw kind met een sonde naar huis gaat vanaf de afdeling Neonatologie is het gewoonlijk dat de prelogopedist thuis het drinkproces vervolgt. De prelogopedie zal contact met u opnemen wanneer uw kind met ontslag is. Op de kinderafdeling gebeurt dit alleen op indicatie.
U krijgt een machtiging mee van de verpleegkundige voor de prelogopedist die bij u thuis komt.

Het toedienen van medicijnen
Als uw kind medicijnen gebruikt, kunnen deze in de meeste gevallen via de sonde worden gegeven. Vraag dit altijd na bij uw arts of verpleegkundige. Medicijnen die de sonde kunnen verstoppen moet u verdunnen met water.

Mond- en neusverzorging

Neusverzorging bij een maagsonde
Omdat de sonde op de neus geplakt zit en via een van beide neusgaten naar de maag gaat, is het nodig om de neus extra te verzorgen:
Mondverzorging
Voor kinderen die uitsluitend sondevoeding krijgen, is een goede mondverzorging belangrijk om ontstekingen en infecties te voorkomen. Infecties en/of ontstekingen ontstaan onder andere omdat er minder speeksel aangemaakt wordt en omdat kinderen die uitsluitend sondevoeding krijgen, minder kauwen.

De mond kan het beste op de volgende manier worden schoongemaakt:
Een infectie die veel voorkomt is spruw. U ziet dan witte puntjes achter op de tong. Raadpleeg uw arts als u dit opmerkt.

Verwisselen van een maagsonde
Het is belangrijk dat de maagsonde regelmatig wordt verwisseld. Hoe vaak hangt af van de soort maagsonde (materiaal). Overleg met de verpleegkundige welke richtlijnen voor uw kind gelden.

Problemen die zich thuis kunnen voordoen
In onderstaand overzicht vindt u een aantal problemen die zich voor kunnen doen bij het geven van sondevoeding. In de kolom ernaast staat beschreven wat de oorzaak van het probleem kan zijn. Vervolgens noemen we een mogelijke oplossing. Als zich bij uw kind een ander probleem voordoet of als u twijfelt aan de oplossing, aarzel dan niet en neem contact op met de gespecialiseerde thuiszorg.

Uw kind verkleurt
OorzaakOplossing
De maagsonde zit niet in de maagDirect stoppen met het geven van sondevoeding en de maagsonde verwijderen en opnieuw inbrengen


Spugen/verslikken
OorzaakOplossing
  1. De voeding wordt te snel toegediend.
  2. Er wordt een te grote hoeveelheid gegeven.
  3. De voeding is te geconcentreerd.
  4. De maagsonde ligt niet goed.
  1. Houd uw kind rechtop en stop met het geven van sondevoeding. Probeer het na 10 tot 30 minuten weer.
  2. Controleer of er geen fout is gemaakt bij de bereiding of toediening.
  3. Controleer of er geen fout is gemaakt bij de bereiding of toediening.
  4. De ligging controleren. Indien nodig de maagsonde verwijderen en inbrengen.

Voeding wil niet door de maagsonde
OorzaakOplossing
De maagsonde zit verstopt door:
  • klonterige voeding
  • onvoldoende naspoelen met water/lucht
  • medicijnen
Controleer de voeding op klontjes. Probeer de sonde weer open te krijgen met een klein spuitje lauw water (2 tot 5 ml). Maak met de stamper van de spuit steeds trekkende en pompende bewegingen. Lukt het niet de sonde open te krijgen, dan de maagsonde verwijderen en opnieuw inbrengen.


Diarree

OorzaakOplossing
  1. Een te grote hoeveelheid voeding per keer.
  2. De verkeerde samenstelling van de voeding of een te koude voeding.
  3. Te snel toedienen van sondevoeding.
  4. Een te diep liggende maagsonde.
  1. De hoeveelheid en samenstelling van de voeding controleren.
  2. De voeding op lichaamstemperatuur geven.
  3. De snelheid van het toedienen aanpassen.
  4. De ligging van de sonde controleren. Indien nodig de maagsonde verwijderen en opnieuw inbrengen.


Bloedspoortjes in de maaginhoud
OorzaakOplossing
Kleine beschadiging door het inbrengen van de maagsonde.Blijven de bloedspoortjes aanwezig, neem dan de eerstvolgende werkdag contact op met de kinderarts.

Er kan geen aspiraat verkregen worden bij controle pH
OorzaakOplossing

  • Zorg dat het kind op de (andere) zij komt te liggen.
  • Wacht een kwartier.
  • Probeer opnieuw enkele druppels maagsap op te trekken.

    Indien dit niet lukt, zoek dan contact met het gespecialiseerde team van de thuiszorg.


Vragen
De kinderarts blijft uw kind op de poliklinische controles volgen. In de periode dat uw kind nog een sonde gebruikt, blijft deze arts aanspreekpunt bij medische problemen. Voor praktische vragen over de sonde kunt u zich richten tot het specialistische
team van de thuiszorg. Als er thuis nog praktische problemen/vragen blijven bestaan, die u niet met dit specialistische team van de thuiszorg kunt oplossen, neem dan contact op met de Kinderpoli.

Heeft u vragen? Stelt u deze dan, afhankelijk van de soort vraag, aan de verpleegkundige, diëtist of kinderarts.

Bereikbaarheid
  • Polikliniek Kindergeneeskunde:
    Van maandag t/m vrijdag tijdens kantooruren: (0314) 32 95 96.
  • Afdeling B0 (kinderafdeling):
    Buiten kantoortijden: (0314) 32 92 96.
  • Diëtist:
    Van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 09.00 uur en tussen 16.00 en 16.30 uur: telefoonnummer (0314) 32 99 60. Op andere tijden kunt u het antwoordapparaat inspreken. U wordt dan zo spoedig mogelijk teruggebeld.

Bijlage stappenplan sondevoeding thuis

StapOmschrijvingDatumParaaf
Stap 1Met de ouders/verzorgers wordt overlegd of ze thuis sondevoeding willen geven.
De ouders/verzorgers krijgen de folder 'Thuis uw kind sondevoeding geven'.
De verpleegkundige maakt een afspraak wanneer te starten met de instructie
Stap 2De ouders/verzorgers komen met eventuele vragen over de folder.
De ouders/verzorgers krijgen informatie over het geven van de sondevoeding. De anatomie, waar de maagsonde ligt, wordt besproken.
De verpleegkundige laat de ouders/verzorgers het controleren van de sonde zien en geeft hier uitleg over:
  • aflezen markeerpunt
  • dmv rententie bepalen
  • pH meting
De ouders/verzorgers kijken mee bij het aansluiten van de voeding (hevelen, of op de hand, of met een pomp).
De verpleegkundige laat het ontluchten en het afsluiten d.m.v. het afsluitdopje zien.
Stap 3De ouders/verzorgers controleren de sonde onder begeleiding van de verpleegkundige.

De ouders/verzorgers sluiten onder begeleiding de voeding aan (hevelen, of op de hand, of met een pomp).
De ouders/verzorgers ontluchten en sluiten de sonde af d.m.v. een afsluitdopje, onder begeleiding van een verpleegkundige.
Stap 4De ouders/ verzorgers voeren alle handelingen zelfstandig uit.
De verpleegkundige bespreekt mogelijke problemen die thuis op kunnen treden aan de hand van de folder.

De verpleegkundige bespreekt/noteert waar ouders/verzorgers terecht kunnen wanneer er zich problemen voordoen.
Stap 5De ouders/verzorgers kunnen onder begeleiding de maagsonde afplakken.
De ouders/verzorgers kunnen zelfstandig de maagsonde afplakken.
Stap 6De ouders/verzorgers krijgen uitleg over het verwijderen van de sonde.
De verpleegkundige evalueert met ouders/verzorgers de ouderinstructie omtrent sondevoeding geven.



Datum en paraaf ouders:


Foldernummer: 2102-mrt 20