Logo Slingeland Ziekenhuis.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

PiMS folder informatie logo

Interne Geneeskunde
Diabetes

Zelfregulatie bij een insulinepomp met een realtime sensor

Zelfregulatie bij een insulinepomp met een realtime sensor

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Hybride Closed Loop (HCL)

In deze folder vindt u algemene richtlijnen en adviezen bij het gebruik van een insulinepomp met een gekoppelde realtime sensor. Dit systeem wordt een Hybride Closed Loop (HCL) genoemd. Deze benaming wordt in de rest van deze folder gebruikt.

De basisinformatie over zelfregulatie met een insulinepomp vindt u in de folder ‘Zelfregulatie voor mensen met diabetes die een insulinepomp gebruiken’: https://folders.slingeland.nl/folders/folder-1082.html.

Insulinepomp in Hybride Closed Loop

Een Hybride Closed Loop (HCL) helpt uw bloedsuiker automatisch stabiel te houden met een combinatie van een insulinepomp, glucosesensor en algoritme. Het systeem berekent zelf de basale insuline die u nodig heeft en past de dosering aan bij schommelingen. U moet nog wel zelf koolhydraten invoeren bij elk eetmoment en zelf aangeven dat u gaat sporten of actief bezig gaat zijn.

In elke pomp staan basaalstanden. Dit betekent dat elk HCL-systeem terug kan van de automatische modus naar handmatige modus als dit nodig is. In de handmatige modus geeft de pomp de basale insuline af zoals ingesteld in de pomp. De insulinepomp werkt dan als een ‘gewone’ insulinepomp, zonder sturing van de sensor.

De pomp kan zelf naar de handmatige modus gaan als er bijvoorbeeld langere tijd geen sensorwaarde beschikbaar is of als u langdurig hogere waarden heeft. Daarnaast kunt u de pomp zelf in handmatige modus zetten.

Verantwoordelijkheden

Stappenplan voor zelfregulatie

De adviezen in dit hoofdstuk zijn afgeleid van de website https://www.pantherprogram.org/clinic-tools. Hier kunt u voor uw systeem mogelijk nog meer informatie vinden (meestal in het Engels).

Bekijk de gegevens in het digitale platform van uw pomp en maak rapporten aan van de laatste 2 weken.

Stap 1: Het grote plaatje (patronen)

  • Wat is uw tijd in doelbereik 3.9 - 10.0 mmol:
doel is hoger dan 70%
  • Wat is uw tijd onder de 3.9 mmol:
doel is minder dan 4%
  • Wat is uw tijd boven de 10.0 mmol:
doel is minder dan 25%

Stap 2: Het kleine plaatje (oorzaken)

Bekijk wat voor u de 1 tot 2 belangrijkste oorzaken van het hyper- of hypoglykemiepatroon zijn.

Treedt het hyperglykemiepatroon op:
  1. Na een aantal uren niets eten of in de nacht
  2. Binnen 1 tot 3 uur na een maaltijd
  3. Als gevolg van een hoge glucosespiegel
  4. Tijdens of na lichaamsbeweging
Treedt het hypoglykemiepatroon op:
  1. Na een aantal uren niets eten of in de nacht
  2. Binnen 1 tot 3 uur na een maaltijd
  3. Als gevolg van een lage glucosespiegel
  4. Binnen 1 tot 3 uur na een correctiebolus

Stap 3: Het plan (mogelijkheden tot aanpassen van de pompinstellingen)

Na een aantal uren niets eten of in de nacht
Bij hypo’s: Verhoog (indien mogelijk) de streefwaarde van glucose in de nacht of voor het betreffende dagdeel. Of verlaag de basaal instelling waar mogelijk.
By hypers: Verlaag (indien mogelijk) de streefwaarde van glucose in de nacht of voor het betreffende dagdeel. Of verhoog de basaal instelling waar mogelijk.

Binnen 1 tot 3 uur na een maaltijd
Bij hypo’s: Bekijk hoe nauwkeurig u de koolhydraten heeft geteld, het tijdstip van de bolus en de samenstelling van uw maaltijd. Pas de insuline/koolhydraat verhouding aan met 10 tot 20%, zodat u minder insuline krijgt in de bolus. Voorbeeld: 1:10 gram wijzigen naar 1:12 gram.

Bij hypers: Bekijk of de maaltijdbolus is gemist. Bekijk hoe nauwkeurig u de koolhydraten heeft geteld, het tijdstip van de bolus en de samenstelling van de maaltijd. Pas de insuline/koolhydraat verhouding aan met 10 tot 20%, zodat u meer insuline krijgt in de bolus. Voorbeeld: 1:10 gram wijzigen naar 1:8 gram.

Bij een gemiste bolus: geef tot 1 uur na start van de maaltijd een bolus en voer de helft van het aantal koolhydraten in. Is het langer dan een uur geleden? Geef dan alleen een correctie.

Hoge glucose als gevolg van een lage glucosespiegel
Vang de lage glucosewaarde pas op als deze lager is dan 3,9 mmol, met 10 gram snelle koolhydraten.

Lage glucose als gevolg van een hoge glucosespiegel
Volg voor een correctie altijd het bolusadvies van de pomp. Deze houdt rekening met de actieve insuline van het algoritme en eventuele eerdere bolussen.

Hoge glucose 1 tot 3 uur na een correctiebolus
Pas de correctiefactor aan (bijvoorbeeld van 3 mmol/L naar 2,5 mmol/L). Zo krijgt u meer insuline in het bolusadvies.

Lage glucose tijdens of na lichaamsbeweging
Gebruik de activiteitsfunctie 1 tot 2 uur voordat de activiteit begint. Als u binnen 2 uur voor de activiteit eet, zet dan de activiteitsfunctie aan voordat u het bolusadvies gebruikt. Dan wordt er zo nodig al minder insuline geadviseerd. Dit verschilt per systeem.

De activiteitsfunctie vermindert tijdelijk de toediening van insuline. De functie kan gebruikt worden als er hoger risico is op hypoglykemie.

Zelfregulatie in bijzondere omstandigheden

Afkoppelen van de insulinepomp

U kunt de pomp tijdelijk afkoppelen, bijvoorbeeld tijdens sporten, als u in bad gaat of in de sauna. Dan is het belangrijk dat u:

Lichamelijke inspanning

Alcohol

Reizen en vakantie

Onderzoek of behandeling

Overleg met uw diabetesteam en bekijk de gebruiksaanwijzing van uw pomp en sensor. Materialen mogen bijvoorbeeld niet in blijven bij röntgen- of MRI-onderzoek.

Ziekte

Als u ziek bent (een verkoudheid, griep of ontsteking), heeft u vaak tijdelijk meer insuline nodig. De HCL vangt dit meestal voldoende op.
Hierbij mag u accepteren dat TIR (Time In Range) iets lager ligt dan gemiddeld. Als u blijvend hoge glucosewaarden heeft, volg dan het stappenplan hieronder (‘Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden die het HCL-systeem niet oplost)

Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden die het HCL-systeem niet oplost?

  1. Bekijk of het systeem nog werkt en los eventuele technische problemen op, zoals: zitten de canule en/of het slangetje goed, lekt de insuline, is de insteekplaats van de canule geïrriteerd?
  2. Check met een vingerprik of de sensor betrouwbaar is.

U heeft geen technische problemen opgemerkt

  1. Vraag een correctiebolus aan de pomp. Het kan zijn dat de pomp 0 eh (eenheden[WP4] ) adviseert omdat er nog voldoende actieve insuline is.

    Meet na 2 uur de glucosewaarde en ga verder met stap 2 als de waarde onvoldoende of niet is gedaald.
  2. Geef correctie met de insulinepen met kortwerkende insuline. Bereken deze met de correctiefactor.
  3. Vervang nu alles van de pomp: van insuline tot aan de canule of pod.
  4. Blijf elke 2 uur met de pen een correctie spuiten (berekend met correctiefactor) tot de glucosewaarden <17 mmol zijn. Als de glucosewaarde 17 mmol of lager is, laat dan de HCL het werk weer doen.

U heeft een technisch probleem opgemerkt

  1. Geef een correctie met de insulinepen op basis van de meting van de vingerprik. Dit doet u door de correctie in te voeren bij het bolusadvies van de pomp. Volg dit correctieadvies op of bereken zelf de correctie met de correctiefactor. Dien dan de insuline toe met de insulinepen.
  2. Vervang nu alles van de pomp: van insuline tot aan de canule of pod.
  3. Als de sensor niet klopt, vervang deze dan. Gedurende de opwarmtijd schakelt u naar de handmatige modus van de pomp en doet u elke 2 uur een vingerprik. Gebruik de boluswizard voor de correctie.

    Meet na 2 uur de glucosewaarde en ga verder met stap 4 als de waarde onvoldoende of niet is gedaald.
  4. Geef een correctie met de insulinepen met kortwerkende insuline (ook als de sensor werkt).
  5. Blijf elke 2 uur met de pen correctie spuiten tot de glucosewaarden lager zijn dan 17 mmol. Als de glucosewaarde 17 mmol of lager is, laat dan de HCL het werk weer doen.

Wat te doen bij te lage bloedglucosewaarden (hypoglykemie)[WP6] ?

Bereikbaarheid diabetesverpleegkundigen

Heeft u een vraag die niet direct beantwoord hoeft te worden? Dan kunt u via Mijn Slingeland een e-consult sturen. Uw vraag wordt meestal binnen 3 tot 4 werkdagen beantwoord.

De diabetesconsulenten houden iedere werkdag een telefonisch spreekuur voor patiënten en thuiszorgmedewerkers die vragen hebben. Dit spreekuur is tussen 08.00 en 09.30 uur en tussen 11.45 en 12.15 uur via telefoonnummer (0314) 32 96 69.

Voor dringende vragen binnen kantoortijden (08.00 – 17.00 uur) kunt u bellen naar (0314) 32 96 59.
Voor spoedgevallen buiten kantoortijden (17.00 – 08.00 uur) kunt u bellen naar (0314) 32 92 76.



Foldernummer: feb-26