U bent geopereerd aan uw heup. In deze folder wordt de revalidatie, de oefeningen en de leefregels besproken die gelden na de operatie.
 |  De linkerheup |
De prothese
Bij een gedeeltelijke prothese (kop/halsprothese) vervangt de chirurg uw heupkop door een prothese. Soms kan ervoor gekozen worden ook de heupkom te vervangen. Er wordt dan een totale heupprothese geplaatst.
Als u een gedeeltelijke kop/halsprothese heeft gekregen, dan mag u uw heup in principe direct belasten. Dat betekent dat u met behulp van fysiotherapie zo snel mogelijk weer leert lopen met een loophulpmiddel.
|  |
Revalidatie
Na de operatie leert u opnieuw lopen. Stap voor stap leert u hoe u normale bewegingen, zoals lopen en traplopen, op de juiste manier uitvoert. De therapie wordt afgestemd op uw situatie. De voortgang van de revalidatie varieert per persoon. De fysiotherapeut begeleidt u tijdens de revalidatie.
De revalidatie begint op de dag na de operatie. De fysiotherapeut bepaalt samen met u welk hulpmiddel het meest geschikt voor u is. Ook bekijkt de fysiotherapeut of
het nodig en mogelijk is om het traplopen te oefenen tijdens uw opname.
Thuis revalideert u verder door de oefeningen te doen die u in het ziekenhuis geleerd heeft.
U krijgt in het ziekenhuis een verwijsbrief en een overdracht voor fysiotherapie thuis. U dient zelf een afspraak te maken
met een fysiotherapeut bij u in de buurt. Oefen liever vaak en kort, in plaats van één keer lang achter elkaar. Leren lopen na de operatie vraagt veel tijd en energie. Het duurt ongeveer een half tot een heel jaar voordat u weer volledig hersteld bent.
Oefeningen
De volgende oefeningen neemt de fysiotherapeut tijdens de ziekenhuisopname met u door. Het is belangrijk dat u de oefeningen een aantal keer per dag doet. U bouwt dan spierkracht op in uw benen en billen. U kunt deze oefeningen een aantal keer per dag zelfstandig uitvoeren.

1. Beweeg de tenen én voeten naar u toe.

2. Beweeg de tenen én voeten van u af.

3. Buig uw knie door de knie op te tillen. De voet blijft contact houden met het matras.

4. Span uw bovenbeenspieren aan door de knieholte in het matras te duwen en uw tenen naar uw neus te trekken.

5. Span de bilspieren aan door ze samen te knijpen.

6. Strek het geopereerde been volledig uit. Hef het been omhoog binnen uw pijngrens.
Opstaan en zitten vanuit de stoel:
1. Zet uw geopereerde been naar voren en laat de ellenboogkrukken rusten op uw onderarmen. Pak met beide handen de leuningen van de stoel vast en leun iets naar voren.
2. Sta rustig op met het geopereerde been en schuif hierbij het geopereerde been iets naar voren. Laat uw niet-geopereerde been staan.
3. Ga rechtop tussen de krukken staan.
Instellen van elleboogkrukken
Steek uw armen door de manchet (ring) van de ellenboogkruk. Laat uw armen ontspannen langs uw lichaam hangen en blijf rechtop staan. De handvaten moeten zo ingesteld worden dat deze op polshoogte zitten.
Lopen met elleboogkrukken
1. Zet eerst de elleboogkrukken naar voren.
2. Stap dan met het
geopereerde been naar voren, tussen de krukken.
3. Stap daarna met uw andere been bij en herhaal deze drie stappen.
Lopen met een looprek
1. Til het looprek op en plaats het naar voren. Zet alle poten van het looprek tegelijk neer.
2. Stap dan met het
geopereerde been naar voren, tussen de poten van het looprek die het dichtste bij u staan.
3. Stap daarna met uw andere been bij en herhaal deze drie stappen.
Trap op lopen met elleboogkrukken
1. Gebruik de leuning voor steun. Houd beide krukken in uw andere hand vast.
2. Plaats het niet-geopereerde been op de volgende trede.
3.
Sluit uw geopereerde been aan, samen met de kruk. Stap
niet door.
Trap af lopen met elleboogkrukken
1. Gebruik de leuning voor steun. Houd beide krukken in uw andere hand vast.
2. Plaats de elleboogkruk en het
geopereerde been op de lagere trede.
3. Sluit aan met het niet-geopereerde been en de kruk. Stap
niet door.