Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Fysiotherapie
Verloskunde
Verpleegafdeling B2 Kraamzorg/Verloskunde


Oefenprogramma na een bevalling


Algemeen
Om na uw bevalling weer zo snel mogelijk in een goede lichamelijke conditie te komen heeft de fysiotherapeut in deze folder een oefenschema voor u opgesteld.

Algemene aandachtspunten

Buikademhaling
Het is belangrijk dat u rustig via de buik kunt en durft te ademen. Een buikademhaling creëert ruimte in de buik, zodat de darmen beter kunnen functioneren. Ook zorgt een goede buikademhaling voor een verbetering van de doorbloeding in de buik en het bekkenbodemgebied. Dit is goed voor onder andere de genezing van de hechtingen.

Adem goed door. De buik beweegt vanzelf mee met de inademing en uitademing. Leg een hand op uw buik en probeer deze bewust mee te laten gaan tijdens de ademhaling. Inademend: buik omhoog, uitademend: buik ontspannen.

Buikspieren
De dwarse buikspieren bevinden zich tussen de navel en het schaambeen in. Deze dwarse buikspieren zijn belangrijk voor de stabiliteit van het bekken en het functioneren van de bekkenbodem. Door de zwangerschap zijn deze buikspieren uitgerekt. Om de buikspieren weer op een juiste manier te gebruiken, is het belangrijk deze spieren te trainen. Ook de rechte en de schuine buikspieren dienen weer getraind te worden om de buikwand te verstevigen.

Bekkenbodemspieren
De bekkenbodemspieren liggen onder in de buik. Deze spiergroep ondersteunt de blaas, de baarmoeder en de darmen. De functie van de bekkenbodemspieren bestaat uit het bewust kunnen aanspannen (het ophouden van plas en ontlasting) en ontspannen (plassen en ontlasten). Het is zinvol om na de bevalling regelmatig uw bekkenbodemspieren te oefenen voor een betere doorbloeding in het bekkenbodemgebied. Het zogenaamde 'stippeltjesplassen' om de bekkenbodem te trainen ontraden wij. Deze manier van plassen geeft eerder kans op een blaasontsteking omdat u vaak niet goed uitplast. Als u problemen heeft met bijvoorbeeld het ophouden van urine en/of ontlasting of andere klachten ervaart, is het zinvol deze met uw behandelend arts of verloskundige te bespreken.

Naweeën
Bij naweeën kan het prettig zijn om de buikademhaling toe te passen of de ademhalingstechnieken voor weeënopvang te gebruiken.

Opstaan uit bed
Let vooral op de juiste houding als u uit bed gaat; span uw onderbuik-, bekkenbodem- en bilspieren licht aan en houd uw rug goed gestrekt.

Tillen en bukken
Probeer tillen zoveel mogelijk te vermijden. Mocht u toch tillen, til dan op een uitademing. Zorg ervoor dat de hoogte van de commode, het badje en de box goed is, zodat u niet onnodig hoeft te bukken of te tillen. Houd bij het bukken en tillen altijd uw rug gestrekt, buig uw knieën en span uw bekkenbodemspieren goed aan.

Traplopen
Probeer traplopen de eerste dagen na de bevalling zoveel mogelijk te beperken.

Voeden
Neem een ontspannen houding aan bij het voeden van uw baby.

Oefenprogramma
Onderstaand oefenprogramma is er op gericht om:U kunt na de bevalling op geleide van de pijn starten met de oefeningen.

1. Voeten2. Bovenbeenspieren3. Knieën4. Bekkenbodemspieren5. Bilspieren6. Rugspieren7. Heupspieren
Voor deze oefening is het belangrijk dat u op uw zij gaat liggen.8. Bekkenbodemspieren
Als eventuele hechtingen zijn verwijderd of opgelost, en u meer controle heeft over uw bekkenbodem, kunt u deze oefeningen proberen:9. Buikspieren
Met deze oefeningen kunt u voorzichtig starten wanneer u zich goed voelt en geen pijnklachten meer heeft. Voor deze oefeningen gaat u op uw rug liggen. Vragen
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel ze dan aan de verpleegkundige op de afdeling.


Foldernummer: 889-jun 18