Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print folder
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst
 

Folder informatie logo

Klik op deze knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietKlik op deze knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Orthopedie


Tibiakop osteotomie

Operatie om de stand van het onderbeen te veranderen


Algemeen
De orthopedisch chirurg heeft met u besproken dat u in aanmerking komt voor een verandering van de stand van uw onderbeen. De medische term voor deze behandeling is tibiakop osteotomie.

De tibiakop is het bovenste deel van het scheenbeen en vormt de onderkant van het kniegewricht. Osteotomie betekent 'uitsnijding van het bot'.

Om u hier zo goed mogelijk op voor te bereiden, ontvangt u deze folder. Hierin vindt u informatie die voor u belangrijk is in de periode voor, tijdens en na uw opname.

Tibiakop osteotomie
Een tibiakop osteotomie kan worden toegepast als het kraakbeen aan de binnenkant van de knie beschadigd is. Dit is vaak het geval bij mensen met artrose en/of O-benen. U heeft daardoor pijn als u uw knie belast op de plaats waar de beschadiging van het kraakbeen zich bevindt (zie figuur 1).

Door de stand van het onderbeen te veranderen, belast u uw knie aan de buitenkant in plaats van de binnenkant van de knie (zie figuur 2). Hierdoor kan het beschadigde kraakbeen herstellen en neemt de pijn af.

Dankzij deze operatie kan het plaatsen van een totale knieprothese mogelijk worden uitgesteld of zelfs niet meer nodig zijn.

Deze operatie wordt vooral uitgevoerd bij mensen onder de 65 jaar.

Ondersteunend beeld bij deze folder.
Figuur 1: Knie met slijtage aan de binnenzijde. De binnenkant van de knie wordt belast.

Ondersteunend beeld bij deze folder.
Figuur 2: Tibiakop osteotomie. Na de ingreep verschuift de belasting naar de buitenkant van de knie.

De weken voor de operatie

Pre-operatief spreekuur
Voordat u wordt opgenomen in het ziekenhuis heeft u een gesprek met een anesthesioloog en een verpleegkundige. Dit noemen we het pre-operatief spreekuur. Tijdens dit spreekuur wordt gekeken of er nog aanvullend onderzoek nodig is voor de operatie (bijvoorbeeld bloedprikken of een hartfilmpje). Ook bespreekt de anesthesioloog met u op welke manier u wordt verdoofd tijdens de operatie en met welke medicijnen u eventueel (tijdelijk) dient te stoppen. De verpleegkundige geeft uitleg over de opname en uw verblijf in het ziekenhuis. Ook legt de verpleegkundige uit wat u voor de operatie wel en niet mag eten en drinken.

Voorafgaand aan het pre-operatief spreekuur heeft u een afspraak op het medicatiespreekuur. Een apothekersassistent neemt uw medicijngebruik met u door. Neem voor deze afspraak altijd uw actuele medicatieoverzicht mee. Dit overzicht is verkrijgbaar bij uw eigen apotheek.

Bovengenoemde afspraken worden voor u gemaakt op de polikliniek Pre-operatief spreekuur.

Meer informatie over de manier van verdoven vindt u in de folder 'Anesthesie'. Deze ontvangt u tijdens het pre-operatief spreekuur. De folder is ook verkrijgbaar bij het Bureau Patiëntenvoorlichting en te printen via de website www.slingeland.nl.

Indien u onder behandeling bent bij de Trombosedienst en u gebruikt de medicijnen acenocoumarol of fenprocoumon, dan krijgt u van de secretaresse van de orthopedisch chirurg richtlijnen over het gebruik van deze medicijnen voor de operatie. Zij overlegt dat met de Trombosedienst. Ook als u suikerziekte heeft, krijgt u richtlijnen mee over het gebruik van uw medicijnen.

Opnamedatum bekend
Zodra de opnamedatum bekend is, neemt de secretaresse van de orthopedisch chirurg contact met u op. Dit is een voorlopige datum. Eén werkdag voor de geplande opnamedatum, wordt u gebeld door een medewerker van afdeling Opname. U hoort dan of de operatie definitief doorgaat en op welk tijdstip u in het ziekenhuis wordt verwacht.

De opnameduur is meestal drie of vier dagen.

Brace
Na de operatie draagt u een brace voor de stevigheid van uw knie. De secretaresse van de polikliniek Orthopedie zorgt ervoor dat er een brace voor u aanwezig is op de verpleegafdeling zodra u wordt opgenomen.

Voorbereiding op de opname en de operatie
Een goede voorbereiding op de operatie is belangrijk. Deze begint al voor de ziekenhuisopname.
Voor de operatie niet ontharen
De operatie vindt plaats in een lichaamsgebied waar mogelijk haar groeit. Door te ontharen kunt u kleine wondjes in de huid krijgen. Hierdoor ontstaan sneller infecties tijdens of na de operatie. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen. Daarom vragen wij u minimaal een week voor de operatie niet meer zelf uw been/benen te ontharen. De chirurg bepaalt of het nodig is om te ontharen. Als dit het geval is, gebeurt dit direct voor de operatie in het ziekenhuis.

Nagelverzorging
Zorgt u ervoor dat uw nagels kort, schoon en zonder nagellak zijn als u geopereerd wordt. Dit is belangrijk om infecties te voorkomen. Ook kan het operatieteam aan de hand van uw nagels controleren hoe het zuurstofgehalte in uw bloed is. Kunstnagels hoeft u niet te verwijderen, maar meld het wel aan de verpleegkundige als u deze heeft.

Sieraden, gebitsprothese, gehoorapparaat, lenzen, bril, make-up
Doet u uw sieraden (zoals ringen en piercings) thuis alvast af. Om infecties en ander letsel te voorkomen, mag u deze niet dragen tijdens de operatie. Vanwege uw veiligheid mag u tijdens de operatie ook geen bril, lenzen, gebitsprothese, gehoorapparaat en make-up dragen.

De opname

Waar meldt u zich
Meldt u zich op het afgesproken tijdstip bij de medewerker van de receptie bij de hoofdingang. De medewerker Gastenservice van de verpleegafdeling haalt u hier op.

Voorbereiding op de operatie
Op de verpleegafdeling stelt de verpleegkundige u nog een aantal vragen en vertelt hoe laat u wordt geopereerd. De verpleegkundige meet uw bloeddruk, hartslag en temperatuur en markeert uw linker- of rechteronderbeen waaraan u wordt geopereerd met een stift.

Ongeveer 45 minuten voor de operatie krijgt u operatiekleding aan. Ook krijgt u slaap- en pijnmedicatie om te voorkomen dat u na de operatie veel pijn heeft. Vlak voor de ingreep brengt de verpleegkundige u naar de operatiekamer. U krijgt een infuusnaald in uw arm waardoor vocht en medicijnen worden toegediend. Daarna stapt u over op de operatietafel. De operatieassistenten sluiten u aan op de bewakingsystemen. De anesthesioloog houdt zo onder andere uw bloeddruk en ademhaling constant in de gaten. Om infecties te voorkomen, krijgt u vlak voor de operatie antibiotica via het infuus. Daarna geeft de anesthesioloog u de verdoving die met u is besproken.

De operatie
Nadat de anesthesioloog u verdoving heeft gegeven, maakt de orthopedisch chirurg een snede in het onderbeen, ter hoogte van de knie. Vervolgens zaagt de orthopeed het scheenbeen door. Nu kan de stand van het bot worden veranderd. Hierna wordt de gecorrigeerde beenstand vastgezet door middel van een plaatje en vier schroeven. Om het wondvocht af te voeren, laat de orthopedisch chirurg meestal een kunststofslangetje (drain) in de wond achter. Het wondvocht wordt via dit slangetje buiten uw lichaam opgevangen in een potje. Om uw knie krijgt u een drukverband. De operatie duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.

Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Blijven uw bloeddruk, hartslag en ademhaling stabiel, dan brengt een verpleegkundige u weer terug naar de verpleegafdeling.

Infuus
Op de dag van de operatie krijgt u maar weinig te drinken, daarom krijgt u vocht toegediend via het infuus.

Pijn en pijnbestrijding
Het is normaal dat u na de operatie wat pijn heeft. U krijgt pijnstilling in de vorm van tabletten of een injectie. In sommige gevallen krijgt u een PCA-pompje. PCA is een afkorting van Patiënt Controlled Analgesia. Met dit PCA-pompje kunt u zelf uw pijn controleren. Zodra u pijn voelt opkomen, drukt u op de knop van het pompje. Het pompje geeft dan een kleine hoeveelheid morfine af in uw bloed. Het effect van de morfine is na enkele minuten merkbaar. Is het effect nog onvoldoende, dan drukt u na ongeveer tien minuten weer op de knop. Dit kunt u net zo vaak herhalen tot de pijn aanvaardbaar is. Het pompje is zo ingesteld dat u niet teveel morfine kunt toedienen.

Effecten van de verdoving
Na de algehele verdoving (narcose) kunt u last hebben van slaperigheid, misselijkheid of overgeven. Ook kunt u keelpijn hebben. Dat komt omdat u tijdens de narcose bent beademd door middel van een buis in uw keel. Het kan ook voorkomen dat u last van spierpijn heeft.

Als u een ruggenprik heeft gehad komt het gevoel in uw benen langzaam terug.

Fysiotherapie
De fysiotherapeut komt bij u om enkele eenvoudige oefeningen door te nemen. Ook geeft hij/zij uitleg over de revalidatie.

Trombose
U krijgt dagelijks een injectie met een bloedverdunnend middel. Dit is om trombose te voorkomen. Dit bloedverdunnende middel (fraxiparine) dient u tot 6 weken na de operatie één keer per dag in te spuiten. We kunnen u of iemand in uw familie leren deze injectie te geven. Als u al bloedverdunners gebruikt en onder controle bent bij de Trombosedienst, dan bepaalt de arts of en hoelang u fraxiparine dient te gebruiken.

De eerste dagen na de operatie
In overleg met de orthopedisch chirurg verwijdert de verpleegkundige de drain en het drukverband op de eerste dag na de operatie. U krijgt een elastische kous (tubigrip) om uw knie. Deze kous ondersteunt uw knie en voorkomt dat uw knie gaat zwellen. U hoeft deze kous alleen overdag te dragen.

De eerste dag na de operatie mag u onder begeleiding van een verpleegkundige uit bed komen. U kunt dan op een stoel zitten met uw been omhoog. Ook start de fysiotherapeut met aanvullende buig- en strekoefeningen van de knie en spierversterkende oefeningen voor het bovenbeen.

Daarnaast krijgt u een brace om uw knie. Dit zorgt voor stevigheid, zodat u onbelast kunt lopen. De brace is al voor de operatie aangemeten en blijft eigendom van het ziekenhuis. Daarom dient u de brace weer in te leveren als u deze niet meer nodig heeft.

In overleg met de fysiotherapeut start u met loopoefeningen en het lopen met krukken. Tijdens het lopen draagt u altijd de brace. Als het lopen goed gaat, leert u zo nodig traplopen met krukken.

De orthopedisch chirurg komt rond het middaguur bij u langs. U kunt dan ook vragen stellen.

Naar huis
Wanneer alle controles goed zijn en de fysiotherapeut tevreden is over uw herstel, mag u op de tweede of derde dag na de operatie naar huis.

Zodra u naar huis gaat, krijgt u het volgende mee:
Overdracht
Uw behandelend arts informeert uw huisarts over uw ontslag. In deze ontslagbrief staat alles over uw behandeling en de nazorg.

Hechtingen

De orthopeed maakt gebruik van oplosbare hechtingen. Deze hechtingen zullen na een aantal dagen vanzelf oplossen/uitvallen.

Controle
Ongeveer 6 weken na de operatie wordt er ter controle een röntgenfoto van uw knie gemaakt. Dit gebeurt op de Röntgenafdeling. Aansluitend heeft u een afspraak bij de orthopeed op de polikliniek Orthopedie. Aan de hand van onder andere de röntgenfoto, bespreekt de orthopedisch chirurg hoe u verder behandeld wordt. De afspraken op de afdeling Radiologie en bij de orthopedisch chirurg zijn tijdens uw opname al voor u gemaakt.

Adviezen voor thuis
Mogelijk heeft u na de operatie nog een tijdje last van uw knie. Wij adviseren u het volgende:Fysiotherapie
Begin binnen 2 dagen na uw ontslag uit het ziekenhuis met fysiotherapie. De fysiotherapie in het ziekenhuis sluit dan goed aan op de fysiotherapie in de thuissituatie.

De eerste week thuis
Houdt u de eerste week thuis zoveel mogelijk rust. Rust is zeer belangrijk voor een goede genezing. Uw dagelijkse activiteit is deze week beperkt tot het lopen van kleine stukjes en het doen van oefeningen voor uw knie. Gebruikt u de eerste 6 weken altijd twee krukken bij het lopen. De fysiotherapeut legt uit hoe u de knie strekt en buigt en uw spieren traint. Uw fysiotherapeut beoordeelt wanneer u de oefeningen kunt uitbreiden. Dit hangt af van de hoeveelheid pijn die u voelt en de zwelling en warmte van de knie. In de eerste week is het vooral belangrijk om te zorgen dat u uw knie goed strekt.

Wij raden u af een kussentje onder de knieholte te leggen. Dit kan de strekbeweging van uw knie beperken.

Autorijden
Overlegt u met uw orthopedisch chirurg wanneer u weer mag autorijden. Meestal mag dit weer na ongeveer 3 maanden.

Werken
Normaal gesproken kunt u na ongeveer 6 weken weer kantoorwerkzaamheden verrichten. Heeft u een fysiek zwaarder beroep, dan kunt u over het algemeen na 12 weken weer werken. Overlegt u altijd met uw arts wanneer u uw werk mag hervatten.

Hervatten van werkzaamheden/activiteiten
Tijdens de controleafspraak (6 weken na de operatie) bespreekt de orthopedisch chirurg met u welke activiteiten u weer mag uitvoeren. Na 6 weken mag u uw been weer belasten.

Complicaties en risico's na de operatie
Bij een standcorrectie kunnen algemene complicaties ontstaan, zoals een nabloeding, een wondinfectie en trombose. De kans op deze complicaties is klein. Bij sommige patiënten ontstaat een doof gevoel naast het litteken. Dit komt omdat kleine zenuwtakjes naar de huid bij de operatie beschadigd raken. Soms herstelt het gevoel na verloop van tijd, soms zijn de klachten blijvend.

Neemt u contact op als:
Neem bij problemen of vragen na uw opname in het ziekenhuis contact op met uw huisarts. Uw huisarts is op de hoogte van uw situatie. Indien nodig overlegt de huisarts met de specialist in het ziekenhuis. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u de huisartsenpost bellen.

Vragen
Heeft u vóór de operatie nog vragen, dan kunt u deze stellen tijdens het pre-operatief spreekuur. Ook kunt u op werkdagen tijdens kantooruren met uw vragen terecht bij de secretaresse van de orthopedisch chirurg op telefoonnummer (0314) 32 96 18.

Voor informatie kunt u ook terecht op www.orthopedie.slingeland.nl.


Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het 'Privacyreglement Patiënten', verkrijgbaar bij Bureau Patiëntenvoorlichting).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl (klik op: Patiënteninfo > Folders).



Foldernummer: 1575-sep 17