Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Anesthesiologie / Pijnbestrijding


De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Pijnbehandeling door middel van een lokale injectie


Algemeen
In overleg met u is een afspraak gemaakt voor een lokale injectie. De anesthesioloog die gespecialiseerd is in pijnbestrijding voert de behandeling uit. Dit is meestal dezelfde anesthesioloog waarmee u de behandeling heeft afgesproken. Het kan voorkomen dat een andere anesthesioloog u behandelt. In deze folder leest u wat een lokale injectie inhoudt en hoe de behandeling verloopt.

Een lokale injectie
Bij een lokale injectie worden er medicijnen ingespoten op de plek waar u pijn heeft: in een gewricht, onderhuids of bij kleine zenuwtakjes.

Prognostische lokale injectie en (P)RF-blokkade

Prognostische lokale injectie
Eerst wordt de prognostische lokale injectie verricht om te beoordelen op welke plek de pijn behandeld moet worden. Deze behandeling wordt uitgevoerd door een naald te plaatsen in het gebied waar de pijn zich bevindt. Via de naald wordt een combinatie van een verdovingsmiddel en corticosteroïden (ontstekingsremmer) ingespoten. Hierdoor wordt de geleiding van de pijnprikkel beïnvloed.

Ongeveer vier weken na de prognostische lokale injectie bespreekt u het resultaat van de behandeling op de polikliniek Pijnbestrijding met uw anesthesioloog of telefonisch met uw pijnconsulent. Belangrijk is dat u aangeeft of u minder pijn heeft gehad na de prognostische lokale injectie en hoe lang de pijn is weggebleven.

Soms zijn meerdere prognostische lokale injecties nodig om de juiste plek te behandelen. Als wel de juiste plek is behandeld, dan is het effect soms maar tijdelijk. Eventueel wordt dan op een later moment de vervolgbehandeling uitgevoerd: de (P)RF-blokkade.

Een (P)RF-blokkade: (Pulsed) Radio Frequency
Een (P)RF-blokkade heeft als doel de geleiding van pijnprikkels voor langere tijd te beïnvloeden. Het plaatsen van de naald gaat bij de (P)RF-blokkade precies hetzelfde als bij de prognostische lokale injectie. De anesthesioloog controleert met kleine teststroompjes of de naald op de juiste plek zit. Vervolgens krijgt u een plaatselijke verdoving.

De anesthesioloog behandelt het pijnlijke gebied met behulp van radiofrequente pulsen (stroom). Het doel hiervan is om de geleiding van de pijnprikkel voor langere tijd te beïnvloeden. Ook worden corticosteroïden ingespoten, net als bij een prognostische lokale injectie.

Het uiteindelijke effect van een lokale injectie kan pas na enige tijd worden beoordeeld. Na zes tot acht weken bespreekt de anesthesioloog of pijnconsulent het resultaat van de (P)RF-behandeling met u. Deze afspraak vindt telefonisch plaats of op de polikliniek Pijnbestrijding.

Niet bij iedereen geeft de lokale injectie het gewenste resultaat.

Voorbereiding
Om de behandeling goed te laten verlopen, is het belangrijk dat u zich voorbereidt:
  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Informeer uw anesthesioloog of pijnconsulent. Hij/zij vertelt of u tijdelijk met deze medicijnen moet stoppen. Alle andere medicijnen mag u gewoon blijven gebruiken.
  • Als u ziek bent of koorts heeft op de dag van de behandeling, kan de behandeling niet doorgaan. Neemt u contact met ons op voor het maken van een nieuwe afspraak.
  • Als u allergisch bent voor pleisters, jodium, contrastvloeistof of medicijnen, meldt u dit dan vóór de behandeling.
  • Als u zwanger bent (of zwanger denkt te zijn) moet u dat voor de behandeling melden aan de anesthesioloog. Tijdens de behandeling wordt mogelijk met röntgenstraling gewerkt. Dit kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind.
  • U mag na de behandeling de rest van de dag niet actief deelnemen aan het verkeer. Regel daarom van tevoren dat iemand u naar huis begeleidt.
  • Denkt u eraan om makkelijk zittende kleding aan te trekken.
U hoeft voor de behandeling niet nuchter te zijn. U mag van tevoren gewoon eten en drinken.

Vermindering van de pijnklachten
Als uw pijnklachten vóór de afspraak verdwenen of sterk verminderd zijn, neemt u dan een aantal dagen voor de geplande afspraak contact op met de polikliniek Pijnbestrijding. De pijnconsulent bespreekt met u of de behandeling op dat moment zinvol is. U kunt de pijnconsulent bellen tijdens het telefonisch spreekuur. Dit spreekuur is op dinsdag en vrijdag tussen 14.00 en 15.00 uur. De pijnconsulent is bereikbaar op telefoonnummer (0314) 32 97 99.

Waar meldt u zich
Op de dag van de behandeling meldt u zich bij de secretaresse van de polikliniek Pijnbestrijding (route 74, tweede etage).

De behandeling
Naast de behandelend anesthesioloog is er ook een pijnconsulent aanwezig tijdens de behandeling. Zij assisteert de anesthesioloog. De pijnconsulent helpt u om de juiste houding aan te nemen op de behandeltafel.

De anesthesioloog desinfecteert eerst uw huid. Daarna plaatst hij/zij de naald in het gebied dat behandeld moet worden. Sommige patiënten ervaren bij het plaatsen van de naald kortdurend een toename van pijn. Indien nodig krijgt u via de naald contrastmiddel toegediend. De anesthesioloog kan dan op röntgenbeelden zien of de naald zich op de juiste plek bevindt. Zodra de naald in de juiste positie is gebracht, dient de anesthesioloog een verdovingsmiddel en corticosteroïden toe.

Als u een (P)RF-blokkade krijgt, wordt de behandeling uitgebreid met radiofrequente pulsen (stroom).

Zowel de prognostische lokale injectie als de (P)RF-blokkade duurt 10 á 15 minuten.

Na de behandeling
Op de prikplaats wordt een pleister geplakt. Deze mag u na enkele uren verwijderen. Na de behandeling verblijft u ongeveer 30 minuten in onze nazorgruimte. Als u zich goed voelt, mag u daarna naar huis.

Bijwerkingen en risico's
Elke medische behandeling brengt risico's met zich mee. De behandeling voor een lokale injectie leidt zelden of nooit tot blijvende schade. De anesthesioloog overlegt met u als de behandeling voor u bijzondere risico's met zich meebrengt.
  • Er kan na de lokale injectie, door het inspuiten van lokale verdoving, tijdelijk krachtsverlies of een doof gevoel optreden. Dat verdwijnt meestal na enkele uren.
  • Na de behandeling nemen de bestaande pijnklachten soms eerst toe. Dit is normaal. De klachten nemen vanzelf af. Bij pijn kunt u pijnstillers gebruiken (bijvoorbeeld paracetamol).
  • Het komt voor dat patiënten na gebruik van corticosteroïden de eerste dagen een rood gezicht hebben en last krijgen van opvliegers. Bij vrouwen kan de menstruatie tijdelijk ontregeld raken.
  • Na gebruik van corticosteroïden kan bij mensen met diabetes de bloedsuikerspiegel een aantal dagen verhoogd zijn. Als u diabetes heeft, raden wij u aan uw bloedsuikerwaarden extra te controleren.
  • Een infectie (ontsteking) op de prikplaats komt zelden voor. Een infectie herkent u aan koorts, roodheid en pijn. Neem bij deze klachten contact op met de polikliniek Pijnbestrijding. Zij zijn van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 16.00 uur bereikbaar op telefoonnummer (0314) 32 92 42. Buiten deze tijden kunt u contact opnemen met de dienstdoende arts via (0314) 32 99 11. Indien uw behandeltraject in het ziekenhuis al is beëindigd, dan kunt u met vragen en problemen contact opnemen met uw huisarts.
Verhinderd
Bent u verhinderd, meldt u dit dan tenminste 24 uur voor de afspraak via onderstaand telefoonnummer. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats geholpen worden.

Vragen
Heeft u vragen over de behandeling, dan kunt u de pijnconsulent bellen tijdens het telefonisch spreekuur. Dit spreekuur is op dinsdag en vrijdag tussen 14.00 en 15.00 uur. De pijnconsulent is bereikbaar op telefoonnummer (0314) 32 97 99.

Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u digitaal vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het ‘Privacyreglement Patiënten’, vraag ernaar bij uw zorgverlener).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl.




Foldernummer: 1186-jun 22