Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie


Biopsie van de borst


Algemeen
Onlangs bent u voor een mammografie en/of echografie op de afdeling radiologie geweest. De radioloog heeft hierbij een afwijking in uw borst gezien. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of de afwijking goed- of kwaadaardig is. Hiervoor is het noodzakelijk stukjes weefsel uit uw borst weg te nemen. Dit noemen we een biopsie of punctie. Een biopsie gebeurt echogeleid (met geluidsgolven), röntgengeleid of MRI-geleid (met elektromagnetisme). Het weefsel dat wordt weggenomen bij een biopsie wordt opgestuurd naar het pathologisch laboratorium in Arnhem. De patholoog onderzoekt het onder de microscoop en geeft de bevindingen door aan de chirurg.
Deze folder beschrijft de verschillende manieren waarop een biopsie kan worden uitgevoerd. Het onderzoek dat u krijgt is aangekruist.

Waar meldt u zich
Meldt u zich op het afgesproken tijdstip bij de baliemedewerker van afdeling Radiologie (eerste etage, route 62).

De biopsieprocedure

  • Echogeleide biopsie
Voorbereiding
Er is geen voorbereiding nodig.

Het onderzoek
De radioloog voert het onderzoek uit. Hij/zij wordt daarbij geassisteerd door een laborant.

De mammografielaborant vraagt u uw bovenkleding uit te doen. U gaat vervolgens op uw rug op de onderzoekstafel liggen. Met behulp van echografie wordt het inwendige van uw borst in beeld gebracht op een beeldscherm. De radioloog bepaalt nauwkeurig de plaats van de afwijking in de borst. Vervolgens geeft de radioloog u met een naald een plaatselijke verdoving in uw borst. Als de verdoving is ingewerkt, verwijdert de radioloog met een holle naald stukjes weefsel uit uw borst. Mogelijk laat de radioloog ook een kleine marker achter in uw borst. Dit is een kleine markering die terug te zien is op de mammografie en echo, zodat nadien duidelijk is waar het weefsel is weggenomen.

Dit onderzoek kan, ondanks de verdoving, enigszins pijnlijk zijn. Na afloop wordt er goed op het wondje gedrukt om het bloeden te stelpen, er wordt een pleister op het wondje geplakt.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.
Na een echogeleide biopsie
  • Na de ingreep kunt u een bloeduitstorting in uw borst krijgen.
  • Bij pijn kunt u eventueel een pijnstiller innemen, bijvoorbeeld paracetamol. Gebruik geen medicijnen die aspirine bevatten.
Voorbereiding
Het onderzoek
De radioloog voert samen met twee laboranten het onderzoek uit.

De mammografielaborant vraagt u uw bovenkleding uit te doen en legt het onderzoek aan u uit. U gaat vervolgens op uw buik op de onderzoekstafel liggen. Uw borst hangt daarbij door een opening in de onderzoekstafel. Uw borst wordt tussen twee platen geplaatst en samengedrukt. Zo kan de borst niet meer verschuiven. De laborant probeert u in een comfortabele houding te plaatsen. Daarna blijft u het gehele onderzoek zo liggen. De radioloog bepaalt met behulp van röntgenfoto's nauwkeurig de plaats van de afwijking in de borst. Vervolgens geeft de radioloog u met een naald een plaatselijke verdoving in uw borst. Als de verdoving is ingewerkt, verwijdert hij/zij met een dikkere naald, die is aangesloten op een vacuümsysteem, stukjes weefsel uit uw borst. Daarna laat de radioloog een kleine marker achter in uw borst. Dit is een kleine markering die makkelijk terug te vinden is met behulp van mammografie, zodat nadien duidelijk is waar het weefsel is weggenomen.

Dit onderzoek kan, ondanks de verdoving, enigszins pijnlijk zijn. Na afloop wordt er goed op het wondje gedrukt om het bloeden te stelpen, er worden hechtstrips en een pleister op het wondje geplakt.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer drie kwartier.

Voorbereiding
Het onderzoek
De radioloog voert samen met twee laboranten het onderzoek uit.

De mammografielaborant vraagt u uw bovenkleding uit te doen en legt het onderzoek aan u uit. U gaat vervolgens op uw rug op de onderzoekstafel liggen.De radioloog bepaalt met behulp van echografie nauwkeurig de plaats van de afwijking in de borst. Vervolgens geeft de radioloog u met een naald een plaatselijke verdoving in uw borst. Als de verdoving is ingewerkt, verwijdert hij/zij met een dikkere naald, die is aangesloten op een vacuümsysteem, stukjes weefsel uit uw borst. Daarna laat de radioloog een kleine marker achter in uw borst. Dit is een kleine markering die makkelijk
terug te vinden is met behulp van mammografie, zodat nadien duidelijk is waar het weefsel is weggenomen.

Dit onderzoek kan, ondanks de verdoving, enigszins pijnlijk zijn. Na afloop wordt er goed op het wondje gedrukt om het bloeden te stelpen, er worden hechtstrips en een pleister op het wondje geplakt.
Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer drie kwartier.

Voorbereiding
Patiënten met magnetische of elektronische hulpmiddelen, bijvoorbeeld een pacemaker, kunnen mogelijk niet met behulp van een MRI-scanner onderzocht worden. Ook wanneer u een metalen prothese in uw lichaam heeft, moet u dit voor het onderzoek zeggen. De arts bepaalt dan of het onderzoek mogelijk is.

Het onderzoek
U krijgt contrastvloeistof toegediend voor dit onderzoek. Voordat u de kamer ingaat wordt er een infuus ingebracht in uw arm. Voor een De radioloog voert samen met drie laboranten het onderzoek uit.

U krijgt contrastvloeistof toegediend voor dit onderzoek. Voordat u de kamer ingaat wordt er een infuus ingebracht in uw arm.

De mammografielaborant vraagt u uw bovenkleding uit te doen en legt het onderzoek aan u uit. U gaat vervolgens op uw buik op de onderzoekstafel liggen. Uw borst hangt daarbij door een opening in de onderzoekstafel. Uw borst wordt in lichte mate vastgeklemd. Zo kan de borst niet meer verschuiven. De laborant probeert u in een comfortabele houding te plaatsen. Daarna blijft u het gehele onderzoek zo liggen. De radioloog bepaalt met behulp van MRI nauwkeurig de plaats van de afwijking in de borst, hiervoor wordt u een paar keer in en uit de MRI-scanner geschoven. Vervolgens geeft de radioloog u met een naald een plaatselijke verdoving in uw borst. Als de verdoving is ingewerkt, verwijdert hij/zij met een dikkere naald, die is aangesloten op een vacuümsysteem,
stukjes weefsel uit uw borst. Daarna laat de radioloog een kleine marker achter in uw borst. Dit is een kleine markering die makkelijk terug te vinden is met behulp van mammografie, zodat nadien duidelijk is waar het weefsel is weggenomen.

Dit onderzoek kan, ondanks de verdoving, enigszins pijnlijk zijn. Na afloop wordt er goed op het wondje gedrukt om het bloeden te stelpen, er worden hechtstrips en een pleister op het wondje geplakt.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

Na een vacuümbiopsie
  • Na de ingreep kunt u een bloeduitstorting in uw borst krijgen.
  • Wij raden u aan een stevige beha te dragen na het onderzoek.
  • Het is belangrijk om na het onderzoek rustig aan te doen. U kunt beter geen zware arbeid verrichten en niet intensief sporten.
  • Bij pijn kunt u eventueel een pijnstiller innemen, bijvoorbeeld paracetamol. Gebruik geen medicijnen die aspirine bevatten.
  • Op het wondje plakken we hechtpleisters. Deze vallen er in de loop van de week vanzelf af.
  • Wij raden u aan na de vacuümbiopsie niet te douchen en/of te baden. De volgende dag kunt u douchen met een pleister op de wond. U krijgt van ons een aantal pleisters mee, zodat u de pleister na het douchen kunt vervangen.
  • Mocht u het gevoel krijgen dat de borst dik of warm wordt, moet u op de borst drukken. De laborant informeert u hierover. Koel de borst niet.
  • Heel soms ontstaat er een nabloeding. U kunt de wond dan afdrukken zoals de laborant u heeft uitgelegd.
Contact opnemen
Als zich problemen voordoen of u twijfelt ergens over, neem dan contact op met de mammacareverpleegkundige. Tijdens kantooruren is zij bereikbaar op telefoonnummer (0314) 32 99 88. Buiten kantooruren kunt u de Spoedeisende Hulp bellen. Het telefoonnummer is (0314) 32 95 37.

De uitslag
Enkele dagen na het onderzoek heeft u een afspraak met de chirurg voor de uitslag. Hij/zij bespreekt dan ook het vervolgtraject met u.

Vragen
Als u voor of na het onderzoek vragen heeft, kunt u contact opnemen met de mammacareverpleegkundige. De mammacareverpleegkundige is bereikbaar via de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer (0314) 32 99 88.

Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het 'Privacyreglement Patiënten', verkrijgbaar bij Bureau Patiëntenvoorlichting).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl (klik op: Patiënteninfo > Folders).



Foldernummer: 1102-feb 20