Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Chirurgie

Kloofje in de anus

Fissura ani

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Algemeen
Bij een bezoek aan de polikliniek heeft de chirurg u verteld dat hij u wil behandelen aan een kloofje in de anus (fissura ani). Deze folder geeft u een globaal overzicht van de oorzaak van een kloofje in de anus, de daarbij voorkomende klachten en de meest gebruikelijke behandelmogelijkheden. Bedenk bij het lezen van deze folder dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

Wat is een fissura ani
Een fissuur is een kloofje; een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Het loopt in de lengterichting van de anus. Het komt meestal voor op jonge en middelbare leeftijd, maar kan zich ook zeker voordoen bij baby's kleuters en ouderen.

Waarom het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus, is nog niet precies duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde spanning, een soort kramp van een deel van de kringspier en een daardoor verstoorde bloedvoorziening. Onbewust wordt door de pijn en de verhoogde spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting opgehouden. Dat heeft tot gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij de volgende stoelgang scheurt het kloofje dan weer open en blijft op die manier hardnekkig bestaan. Een fissura ani geeft meestal klachten in de vorm van een scherpe pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies.

De behandelmogelijkheden
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij een kloofje in de anus:
  1. Aanpassing van voeding
  2. Bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf
  3. Botox-injectie
  4. Operatie
Vaak heelt een kloofje in de anus al als u uw voeding aanpast met daarnaast eventueel het gebruik van bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf. Als de klachten niet verdwijnen door aanpassingen in uw voeding en het gebruik van zalf, kan een Botox-injectie of operatie verlichting geven.

1. Aanpassing van voeding
Het is belangrijk om uw stoelgang zacht te houden. Dat kunt u doen door voldoende plantaardige vezels te eten (zemelen, bruinbrood enzovoort) en veel (anderhalf tot twee liter) water te drinken. Daarnaast kan de arts u medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders of een drankje van plantaardige vezels.

2. Bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf
De arts kan u ook bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf voorschrijven. De zalf dient u regelmatig op het kloofje aan te brengen. De zalf kan in een enkel geval hoofdpijn veroorzaken. Bij de meeste patiënten is het lichaam na één of twee dagen gewend aan de zalf en verdwijnt de hoofdpijn weer. U moet de zalf ongeveer drie maanden gebruiken. Daarna is te zeggen of de zalf tot het gewenste resultaat heeft geleid.

3. Botox-injectie
Een botox-injectie in de kringspier zorgt ervoor dat de kringspier tijdelijk minder gespannen is. Daardoor krijgt het kloofje tijd om te helen. Dit duurt vaak een aantal weken. Deze behandeling gebeurt poliklinisch. De injectie kan gevoelig zijn, maar een verdoving is niet nodig. Na een botox-injectie kan het zijn dat u winden moeilijk kunt ophouden. Dit is tijdelijk. Meestal is één injectie voldoende. Indien nodig kan de behandeling worden herhaald.

4. Operatie
Een kortdurende operatie, de zogenaamde laterale interne sfincterotomie (LIS), kan ook helpen om uw klachten te verhelpen. De operatie gebeurt tijdens een dagopname en vindt plaats onder algehele verdoving (narcose) of onder regionale verdoving (ruggenprik). Via een kleine snede naast de anus, wordt het binnenste deel van de sluitspier aan de zijkant ingeknipt. Hierdoor is uw kringspier minder gespannen en kan het kloofje helen. Dit duurt vaak een aantal weken. Hieronder vindt u meer informatie over de operatie.

Voorbereiding op de operatie
Bij opname op de afdeling voert de verpleegkundige een opnamegesprek met u. Zij of hij legt gegevens vast die in verband met uw behandeling van belang zijn zoals onder andere bloeddruk, temperatuur, gewicht en medicijngebruik. De verpleegkundige wijst u uw bed en vertelt u hoe laat u geopereerd wordt. Het kan zijn dat u door een andere chirurg wordt geopereerd dan de chirurg die u heeft gezien op de polikliniek.

Bij u vindt een operatie plaats in een lichaamsgebied waar mogelijk haar groeit. Door te ontharen kunt u kleine wondjes in de huid krijgen. Hierdoor ontstaan sneller infecties tijdens of na een operatie. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen. Daarom vragen wij u minimaal een week voor de operatie niet meer zelf het operatiegebied te ontharen. De chirurg bepaalt of het nodig is om te ontharen. Als dit het geval is, gebeurt dit direct voor de operatie in het ziekenhuis.

Zorgt u ervoor dat uw nagels kort, schoon en zonder nagellak zijn als u geopereerd wordt. Dit is belangrijk om infecties te voorkomen. Ook kan het operatieteam aan de hand van uw nagels controleren hoe het zuurstofgehalte in uw bloed is. Kunstnagels hoeft u niet te verwijderen, maar meld het wel aan de verpleegkundige als u deze heeft.

Doet u uw sieraden (zoals ringen en piercings) thuis alvast af. Om infecties en ander letsel te voorkomen, mag u deze niet dragen tijdens de operatie. Vanwege uw veiligheid mag u tijdens de operatie ook geen bril, lenzen, gebitsprothese, gehoorapparaat en make-up dragen.

Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

Om trombose te voorkomen krijgt u fraxiparine. Ook is het belangrijk dat u in beweging bent om trombose te voorkomen. Moet u in bed blijven? Zit dan zoveel mogelijk rechtop en beweeg uw tenen en voeten op en neer.

De ingreep vinden plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus) en bovendien wordt de wond opengelaten. Daarom kan na de behandeling wat bloedverlies optreden. De kans op wondinfectie is nauwelijks aanwezig, omdat de wonden geheel worden opengelaten. Om de wond te bedekken gebruikt u absorberend gaas. Deze plakt u vast met een pleister. U kunt ook maandverband in uw onderbroek leggen.

Bij deze ingreep wordt geopereerd aan een deel van de sluitspier van de anus om de verhoogde spanning te doorbreken. Daardoor kan dit gevaar opleveren voor de continentie. Onder continentie van de anus verstaan we het vermogen om lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting onder controle te houden. In het begin kan er zeker sprake zijn van enig verlies van controle van de sluitspier met als gevolg winden en soms ook vocht. Zeker omdat de wonden open zijn. Dit betekent dat wanneer u een windje of wat vocht voelt aankomen, u de sluitspier bewust moet aanspannen, terwijl dat voorheen moeiteloos en bijna onbewust ging. U moet dus de continentie wat meer bewust gaan beheersen. Meestal is dit tijdelijk van aard.

Helaas kan echter in een klein aantal gevallen het verlies van deze controle blijvend zijn. Vooral het verlies van wat vocht kan dan hinderlijk zijn.

Problemen of vragen na uw opname
Neem bij problemen of vragen na uw opname in het ziekenhuis contact op met uw huisarts. Uw huisarts is op de hoogte van uw situatie. Indien nodig overlegt de huisarts met de specialist in het ziekenhuis. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u de huisartsenpost bellen.

Na de operatie
Na de ingreep kan de behandelde plaats nog gevoelig en pijnlijk zijn. De stoelgang moet zacht gehouden worden en meestal krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis. Het operatiewondje wordt niet gehecht om de kans op een infectie te verkleinen. Na de operatie is de anus bedekt. U moet het anaal gebied goed schoonhouden, vooral na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee keer per dag is meestal voldoende. Met de douchekop kunt u het gebied gemakkelijk schoonspoelen.

Bij pijn is het innemen van een eenvoudige pijnstiller (paracetamol) meestal voldoende. U mag viermaal daags 2 tabletten van 500 mg innemen.

Vragen
Heeft u nog vragen vóór de behandeling, dan kunt u op werkdagen contact opnemen met de secretaresse van de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer (0314) 32 99 88.

Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u digitaal vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het ‘Privacyreglement Patiënten’, vraag ernaar bij uw zorgverlener).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl.



Foldernummer: 371-apr 22