Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Chirurgie

Fistel bij de anus (peri-anale fistel)

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Algemeen
Bij een bezoek aan de polikliniek heeft de chirurg u verteld dat hij u wil behandelen aan een fistel bij de anus. Deze folder geeft u een globaal overzicht van de oorzaak van een fistel bij de anus, de daarbij voorkomende klachten en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden. Bedenk bij het lezen van deze folder dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

Wat is een fistel bij de anus
Een fistel is een onnatuurlijke verbinding van een lichaamsholte of van een klier met de huid, ook wel pijpzweer genoemd. Een lichaamsholte kan bijvoorbeeld een darm zijn of een afvoerbuis van een orgaan. Meestal ontstaat een fistel na een ontsteking. Vanuit de lichaamsholte of klier heeft de ontsteking zich tot de huid uitgebreid (bijvoorbeeld als een abces naast de anus) en is vervolgens spontaan of na insnijding doorgebroken. Wanneer de ontstekingsverschijnselen zijn verdwenen, kan er een fistel overblijven. Soms lijkt het erop of het fistelwondje is genezen, maar na enige tijd komt er toch weer vuil of vocht uit.

Een fistel bij de anus (of peri-anale fistel) is een verbinding tussen de endeldarm en de huid. Het ontstaat meestal na een ontsteking in een anaalplooi of anaalkliertje. De ontsteking breidt zich uit in de sluitspier van de anus en vervolgens naar de huid. Wanneer de ontsteking door de huid heen is gebroken, kan er een fistel overblijven. De fistel loopt daardoor bijna altijd door het onderste deel van de sluitspier van de anus. De fistelgang kan een rechtstreeks verloop hebben naar de endeldarm, maar kan ook heel uitgebreid verlopen (bijvoorbeeld kronkelig en eventueel met vertakkingen, of hogerop door de sluitspier heen). Het kan dus zijn, dat bijvoorbeeld een fistelopening bij de rechterbil een inwendige verbinding heeft met de linkerkant van de endeldarm.

Waarom deze aandoening bij de ene mens wel en bij de ander niet voorkomt, is niet bekend. Het is niet duidelijk of het bijvoorbeeld te maken heeft met een bepaald stoelgangpatroon. Een peri-anale fistel veroorzaakt meestal verontreiniging, regelmatig komt er vuil of vocht uit. Ook kan er af en toe weer een abces ontstaan in het traject van de fistel, dat zich af en toe ontlast.

De behandeling van een fistel bij de anus
Er is eigenlijk maar één behandeling mogelijk en dat is een operatie waarvoor u een dag wordt opgenomen. U wordt 's ochtends opgenomen en u kunt aan het einde van de dag weer naar huis. Bij de operatie wordt het verloop van de fistelgang vastgesteld en wordt de fistelgang helemaal opengelegd. Bij gecompliceerde fistels kan, afhankelijk van de ingewikkeldheid, een andere manier van opereren nodig zijn. Hierbij wordt meestal gebruik gemaakt van drains. Mocht u hiervoor in aanmerking komen, dan zal de arts zal dit met u bespreken.

Voorbereiding op de operatie


Pre-operatie spreekuur
Voordat u wordt opgenomen in het ziekenhuis heeft u een gesprek met een anesthesioloog en een verpleegkundige. Dit noemen we het pre-operatief spreekuur. Tijdens dit spreekuur wordt gekeken of er nog aanvullend onderzoek nodig is voor de operatie (bijvoorbeeld bloedprikken of een hartfilmpje). Ook bespreekt de anesthesioloog met u op welke manier u wordt verdoofd tijdens de operatie en met welke medicijnen u eventueel (tijdelijk) dient te stoppen. De verpleegkundige geeft uitleg over de opname en uw verblijf in het ziekenhuis. Ook legt de verpleegkundige uit wat u voor de operatie wel en niet mag eten en drinken.

Voorafgaand aan het pre-operatief spreekuur heeft u een afspraak op het medicatiespreekuur. Een apothekersassistent neemt uw medicijngebruik met u door. Neem voor deze afspraak altijd uw actuele medicatieoverzicht mee. Dit overzicht is verkrijgbaar bij uw eigen apotheek.

Bovengenoemde afspraken worden gemaakt op het Centraal Planbureau.

Voor de operatie niet ontharen
Bij u vindt een operatie plaats in een lichaamsgebied waar mogelijk haar groeit. Door te ontharen kunt u kleine wondjes in de huid krijgen. Hierdoor ontstaan sneller infecties tijdens of na een operatie. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen. Daarom vragen wij u minimaal een week voor de operatie niet meer zelf het operatiegebied te ontharen. De chirurg bepaalt of het nodig is om te ontharen. Als dit het geval is, gebeurt dit direct voor de operatie in het ziekenhuis.

Nagelverzorging
Zorgt u ervoor dat uw nagels kort, schoon en zonder nagellak zijn als u geopereerd wordt. Dit is belangrijk om infecties te voorkomen. Ook kan het operatieteam aan de hand van uw nagels controleren hoe het zuurstofgehalte in uw bloed is. Kunstnagels hoeft u niet te verwijderen, maar meld het wel aan de verpleegkundige als u deze heeft.

Sieraden, gebitsprothese, gehoorapparaat, lenzen, bril, make-up
Doet u uw sieraden (zoals ringen en piercings) thuis alvast af. Om infecties en ander letsel te voorkomen, mag u deze niet dragen tijdens de operatie. Vanwege uw veiligheid mag u tijdens de operatie ook geen bril, lenzen, gebitsprothese, gehoorapparaat en make-up dragen.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

De ingreep vindt plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus) en bovendien wordt de wond opengelaten. Daarom kan na de behandeling wat bloedverlies optreden. De kans op wondinfectie is nauwelijks aanwezig, omdat de wonden meestal worden opengelaten.

Bij deze ingreep wordt geopereerd in de nabijheid van of aan een deel van de sluitspier van de anus. Daardoor kan dit gevaar opleveren voor de continentie. Onder continentie van de anus verstaan we het vermogen om lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting onder controle te houden. In het begin kan er zeker sprake zijn van enig verlies van controle van de sluitspier met als gevolg winden en soms ook vocht. Zeker omdat de wonden open zijn. Dit betekent dat wanneer u een windje of wat vocht voelt aankomen, u de sluitspier bewust moet aanspannen, terwijl dat voorheen moeiteloos en bijna onbewust ging. U moet dus de continentie wat meer bewust gaan beheersen. Meestal is dit tijdelijk van aard. Helaas kan echter in een klein aantal gevallen het verlies van deze controle blijvend zijn. Vooral het verlies van wat vocht kan hinderlijk zijn.

Om de kans op trombose te verkleinen, is het belangrijk dat u in beweging bent. Moet u in bed blijven? Zit dan zoveel mogelijk rechtop en beweeg uw tenen en voeten op en neer.

Na de behandeling
Omdat de wonden worden opengelaten zal er wat ongemak bestaan. Na behandeling is het wondgebied bij de anus bedekt met een gaasje en meestal krijgt u een recept voor gazen mee naar huis.

Het wondgebied moet regelmatig worden schoongespoeld, vooral na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee à drie keer per dag is meestal voldoende. Met de douche kunt u het gebied gemakkelijk schoon spoelen.

Ook kunt u pijn hebben na de operatie. Bij pijn is het innemen van een eenvoudige pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) meestal voldoende. U mag viermaal daags 2 tabletten van 500 mg innemen. Na de ingreep moet u de ontlasting zacht houden. Hiervoor krijgt u zo nodig een recept mee naar huis.

Problemen of vragen na uw opname
Neem bij problemen of vragen na uw opname in het ziekenhuis contact op met uw huisarts. Uw huisarts is op de hoogte van uw situatie. Indien nodig overlegt de huisarts met de specialist in het ziekenhuis. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u de huisartsenpost bellen.

Vragen over de behandeling

Heeft u vóór de behandeling nog vragen? Neem dan contact op met het secretariaat van de polikliniek Chirurgie. Zij zijn op werkdagen van 08.30 tot 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer (0314) 32 99 88.

Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u digitaal vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het ‘Privacyreglement Patiënten’, vraag ernaar bij uw zorgverlener).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl.



Foldernummer: 363-okt 21