Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Verloskunde
Gynaecologie


Zwangerschapsafbreking


Inleiding
U heeft te horen gekregen dat uw ongeboren kindje een of meerdere afwijkingen heeft en besloten de zwangerschap af te breken. Een ingrijpende beslissing.

In deze verdrietige periode proberen wij u zo goed mogelijk te begeleiden en informeren over wat er komen gaat. De informatie in deze folder kan u helpen bij het maken van beslissingen die de komende periode genomen moeten worden. De informatie is een aanvulling op de gesprekken die met u worden of zijn gehouden.

Hoe nu verder?
Om uw kindje geboren te laten worden, moet de bevalling worden ingeleid. De meeste zwangerschapsafbrekingen vinden plaats tussen de 14 en 24 weken zwangerschap. In de meeste gevallen zal uw kindje tijdens de bevalling overlijden. Soms ademt uw kindje nog na de bevalling en klopt het hartje nog. Maar ook dan zal uw kindje kort na de bevalling overlijden.

Inleiden van de bevalling
In overleg met u wordt een afspraak gemaakt om de bevalling in te leiden. U wordt dan opgenomen in het ziekenhuis en krijgt medicijnen die ervoor zorgen dat de bevalling op gang komt.

De bevalling wordt opgewekt met behulp van (een van) de volgende medicijnen:
Als een bevalling wordt ingeleid, vindt de bevalling meestal binnen 24 uur plaats. Bij een korte zwangerschapsduur kan het langer duren voordat de bevalling op gang komt. Bij een ingeleide bevalling komt het vaak voor dat de bevalling na lang wachten ineens snel op gang komt.

U kunt opzien tegen de bevalling. Bespreek dit met de gynaecoloog.

Aanwezig tijdens de bevalling
De bevalling vindt plaats op een van de verloskamers in het ziekenhuis. Een verloskundige en een verpleegkundige zijn bij de bevalling aanwezig. Indien nodig is er ook een gynaecoloog aanwezig. U mag zelf bepalen wie uit uw omgeving bij de bevalling aanwezig is. Partners voelen zich soms overbodig, onzeker en machteloos tijdens de bevalling. Naast hun eigen verdriet, moeten zij toezien hoe hun geliefde pijn heeft. Uw partner, of naaste, mag altijd blijven slapen als u ’s nachts in het ziekenhuis verblijft.

Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Een bevalling is eigenlijk altijd pijnlijk. Hoe erg de pijn wordt beleefd, verschilt per vrouw. Er zijn mogelijkheden om de pijn tijdens de bevalling te verminderen. Deze mogelijkheden staan hieronder genoemd. Bespreek uw wensen met de gynaecoloog.

Pijnbestrijding tijdens de bevalling kan met of zonder medicijnen. U kunt de pijn bijvoorbeeld tegengaan door in bad of onder de douche te gaan, door te bewegen, door van houding te veranderen en door massage.

In het Slingeland Ziekenhuis bestaan de volgende mogelijkheden om pijn te bestrijden met medicijnen:
De ruggenprik (epidurale analgesie)
De ruggenprik geeft over het algemeen de beste pijnbestrijding. De ruggenprik wordt uitgevoerd door een anesthesioloog. Een ruggenprik is in principe 24 uur per dag beschikbaar. Het kan zijn dat de anesthesioloog bezig is en niet direct kan komen om de ruggenprik te zetten. Bij een ruggenprik krijgt u eerst een plaatselijke verdoving: een prik in de huid van uw rug waardoor de huid ongevoelig wordt. Daarna brengt de anesthesioloog via een prik onder in uw rug een dun slangetje in uw lichaam. Dit is de ruggenprik. Dankzij de plaatselijke verdoving is deze ruggenprik niet pijnlijk. Via het slangetje krijgt u tijdens de hele bevalling een pijnstillende vloeistof in uw rug toegediend.

De pijn verdwijnt niet meteen na het zetten van de ruggenprik. Dit duurt ongeveer een kwartier. Na de bevalling wordt het slangetje weer verwijderd.

Bij een ruggenprik zijn wel enkele voorzorgsmaatregelen nodig. U krijgt vocht toegediend via een infuus om een te lage bloeddruk te voorkomen. Een ruggenprik kan er namelijk voor zorgen dat uw bloeddruk omlaag gaat. Uw hartslag en bloeddruk worden zorgvuldig gecontroleerd met speciale bewakingsapparatuur. Na de ruggenprik voelt u niet goed meer dat u moet plassen. Daarom wordt er een slangetje (katheter) in de blaas gebracht om de urine af te voeren.

Een ruggenprik kan de volgende tijdelijke bijwerkingen hebben:
Remifentanil
Remifentanil wordt toegediend via een infuus (slangetje in uw arm) dat vastzit aan een pompje met een drukknop, waardoor u zelf de hoeveelheid pijnmedicatie kunt bepalen. Deze methode wordt PCA (Patient Controlled Analgesia) genoemd. Remifentanil werkt snel: ongeveer 1 minuut nadat u de knop indrukt is het effect merkbaar. Dat komt omdat het middel direct in uw bloedbaan terechtkomt.

Het middel is krachtiger dan Pethidine, maar neemt de pijn niet helemaal weg. Het zorgt ervoor dat de scherpe kantjes van de pijn van de weeën verdwijnen. De pijn wordt daardoor dragelijker. Doordat u wat suf of slaperig wordt, kunt u zich beter ontspannen waardoor de ontsluiting vaak sneller verloopt. Wel is het verstandig dat u tijdens het gebruik van Remifentanil op bed blijft liggen.

Als het medicijn goed werkt hoeft u niet op de knop te drukken. Zodra u pijn ervaart, drukt u weer op de knop. Het is belangrijk dat u de enige bent die op de knop drukt.

Als u begint met persen wordt het toedienen van Remifentanil gestopt. Hierdoor verdwijnt de slaperigheid of sufheid, zodat u beter in staat bent goed te persen.

Remifentanil kan er soms voor zorgen dat u minder goed ademhaalt, waardoor de hoeveelheid zuurstof in uw bloed tijdelijk afneemt. Het zuurstofgehalte in uw bloed wordt daarom steeds gecontroleerd. Dit gebeurt met een sensor om uw vinger. Remifentanil kan ook jeuk veroorzaken.

Pethidine
Pethidine wordt toegediend via een injectie in uw bil of bovenbeen. Deze behandeling is op ieder tijdstip beschikbaar. Het werkt na ongeveer een kwartier. De ergste pijn wordt dan wat minder. Sommige vrouwen soezen weg of slapen zelfs. Pethidine werkt twee tot vier uur. Ongeveer een kwart van de vrouwen die pethidine krijgen, is tevreden over het pijnstillende effect. Dit is veel minder dan bij een ruggenprik. De belangrijkste bijwerkingen zijn misselijkheid en sufheid, waardoor u de geboorte misschien minder bewust meemaakt.

De belangrijkste feiten over de ruggenprik, remifentanil en pethidine in schema

Pijnbehandeling
Ruggenprik
Remifentanil
Pethidine
Manier van toediening
Katheter in de rug.
Infuus in arm met pompje dat u zelf kunt bedienen.
Injectie in bil of bovenbeen.
Beschikbaarheid in het Slingeland Ziekenhuis
Ja, in principe 24 uur per dag.
Ja, 24 uur per dag.
Ja, 24 uur per dag.
Duur pijnbehandeling
Tijdens hele bevalling.
4 uur
2-4 uur
Effect op pijn
Goed
Redelijk goed
Matig
Bijwerkingen en effecten
U kunt niet meer rondlopen en er is kans op bloeddrukdaling, koorts en langere uitdrijvingsduur.
U kunt meestal niet meer rondlopen en er is kans op sufheid, misselijkheid, bloeddrukdaling en problemen met de ademhaling.
U kunt niet meer rondlopen en u kunt last krijgen van sufheid, misselijkheid en problemen met de ademhaling.


Placenta
Het komt voor dat de placenta na de geboorte niet vanzelf wordt geboren. U moet dan naar de operatiekamer om de placenta te laten verwijderen door de gynaecoloog. Dit gebeurt onder algehele verdoving (narcose).

Contact met uw kindje na de geboorte
Tijdens of vlak na de geboorte zal uw kindje overlijden. Kennismaken en tegelijkertijd afscheid nemen: er is geen situatie te bedenken waarbij dit meer speelt dan bij de geboorte van een kindje dat overlijdt. Een dubbele emotie. Geluk en verdriet liggen ineens zo dichtbij elkaar.

U kunt aangeven of u uw kind na de geboorte op uw buik wilt hebben en vast wilt houden. Voor de verwerking is het belangrijk om uw kind te zien en vast te houden, ook als uw kind afwijkingen heeft. Door naar uw kindje te kijken en het vast te houden, krijgt u een goed beeld van uw kind. De meeste ouders vinden achteraf dat hun kind er in werkelijkheid mooier uitzag dan verwacht. Veel ouders zoeken gelijkenissen met zichzelf of hun andere kinderen. Vaak leidt dit ondanks het grote verdriet tot een gevoel van trots.

Na de geboorte is er alle ruimte voor uw gevoelens en emoties. Als u het prettig vindt en uw lichamelijke conditie laat dit toe, dan laten wij u en uw partner even alleen met uw kindje. Mogelijk heeft u al een naam voor uw kind. Het kan voor de verwerking fijn zijn om een kind bij zijn of haar naam te noemen, in plaats van het over ‘de baby’ te hebben.

U kunt uw eventuele andere kinderen bij het afscheid betrekken op een manier die bij uw kind/kinderen past. Vraag uw kinderen wat zij willen, als het kan. Zij zijn immers ook betrokken geweest bij uw zwangerschap.

U kunt stilstaan bij de geboorte en het overlijden van uw kind op een manier die past bij uw geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Een geestelijk verzorger van het ziekenhuis kan samen met u zoeken naar een manier om daar vorm aan te geven.

Opbaren
Er zijn meerdere manieren om een kindje na de geboorte op te baren:
  • Uw kindje kan zijn/haar eigen kleertjes aan en vervolgens kan hij/zij in een mandje of kistje of bedje worden gelegd.
  • Uw kindje kan in een kom of bakje met koud kraanwater worden gelegd. Het neemt dan dezelfde houding aan als in de baarmoeder. Het lijkt te zweven in het water. Dit heet de watermethode. Na obductie wordt de watermethode afgeraden.
Herinneringen
Herinneringen zijn erg belangrijk bij het afscheid nemen en voor de verwerking. De verpleegkundige maakt indien mogelijk zoveel mogelijk herinneringen. Hieronder staan een aantal mogelijkheden beschreven. Pas na de geboorte zal worden bekeken wat er mogelijk is.

  • Foto’s: u kunt zelf foto’s maken of de verpleegkundige vragen dat te doen. Ook kunt u foto’s laten maken door de stichting Make a Memory of Stichting Still.
  • Een voet- en/of handafdruk met inkt: de verpleegkundige kan een voetafdruk en/of handafdruk maken als de huid intact is. Indien mogelijk kan zij ook afdrukken maken die gebruikt kunnen worden op sieraden.
  • Een herinneringsboek: sommige ouders maken een herinneringsboek over hun kind. Daarin komen alle tastbare herinneringen, brieven, kaarten, een dagboek, tekeningen van andere kinderen enzovoort.
  • Een symbool: in het Stiltecentrum van het Slingeland Ziekenhuis is een gedenkplek voor overleden kinderen. U kunt op een schilderij een symbool hangen ter nagedachtenis van uw kindje. In het ziekenhuis zijn symbolen aanwezig waaruit u kunt kiezen.
Heeft u andere wensen? Bespreek ze met de verpleegkundige.

Naar huis
U mag uw kindje mee naar huis nemen en thuis houden tot de dag van de begrafenis of crematie. U krijgt van het ziekenhuis een verklaring van overlijden mee en mag uw kindje dan in de auto mee naar huis nemen. Voor velen geeft het een goed gevoel het kindje mee naar huis te nemen en thuis in het wiegje te leggen of op te baren in een mandje. Ook is het mogelijk om uw kindje thuis op te baren in water.

Onderzoek naar aangeboren afwijking(en)
Er zijn verschillende onderzoeken waarmee de oorzaak van de aangeboren afwijking kan worden onderzocht. De meest voorkomende onderzoeken beschrijven we hieronder. De uitkomsten kunnen belangrijk zijn voor de kans op herhaling in een volgende zwangerschap.

Obductie
Obductie bestaat uit uitwendig en inwendig onderzoek. Bij het uitwendig onderzoek bekijkt de arts (patholoog) uw kind en worden lengte en gewicht bepaald. Bij het inwendige onderzoek wordt de borst- en buikholte en eventueel de schedel opengemaakt. De arts kijkt of de organen normaal zijn en neemt weefsel weg uit verschillende organen voor nader onderzoek. De schedel, buik- en borstholte worden zorgvuldig gesloten en met een pleister bedekt.

Chromosoomonderzoek

Als de gynaecoloog vermoedt dat er sprake kan zijn van een chromosoomafwijking, kan chromosoomonderzoek worden gedaan. Chromosomen zijn dragers van erfelijke informatie. Meestal wordt er een stukje weefsel onderzocht, bijvoorbeeld een stukje van een oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeen. Dit onderzoek gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft. Houd er rekening mee dat het niet altijd lukt om een chromosoomafwijking te vinden.

Eigen keuze
Het is uw beslissing of u toestemming geeft voor obductie en/of chromosoomonderzoek. Als u deze onderzoeken niet wilt, respecteert iedereen dat. Als u meer informatie wilt voordat u een besluit neemt, vraag het uw arts.

De uitslag van deze onderzoeken duren zes tot acht weken en krijgt u tijdens het nagesprek met de gynaecoloog.

Als u weer thuis bent
Na de bevalling mag u waarschijnlijk al snel weer naar huis. Soms moet u langer blijven, bijvoorbeeld als er sprake is van veel bloedverlies, een hoge bloeddruk of een keizersnede. De verloskundige van de verloskundigenpraktijk bij u in de buurt, komt in de eerste week bij u langs en voert verschillende controles bij u uit.

Aangifte van geboorte en overlijden
Als uw kindje voor een zwangerschapsduur van 24 weken is geboren, dan hoeft u geen aangifte te doen van de geboorte en het overlijden, maar het mag wel.

Kijk op de website van de gemeente, www.doetinchem.nl, welke documenten u mee moet nemen bij de aangifte. Wij raden u aan een afspraak te maken en erbij te vermelden dat het om de aangifte van een overleden kindje gaat.

Zwangerschapsverlof
Bij een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken heeft u geen recht op zwangerschapsverlof. Overlegt u met uw werkgever en/of de bedrijfsarts wanneer u weer aan het werk kunt.

Voor partners geldt ook dat het belangrijk is om tijd te nemen voor het verwerken van verdriet. Niet alle werkgevers houden hier rekening mee. Ook zij kunnen contact opnemen met de bedrijfsarts.

Begraven of cremeren
Bij een zwangerschap korter dan 24 weken, bepaalt u zelf wat u wilt. U bent dan niet verplicht om uw kind te begraven of cremeren. Sommige mensen kiezen ervoor het kindje in het ziekenhuis achter te laten. Het ziekenhuis zorgt dan voor de crematie. Dit gebeurt meestal vijf dagen na de bevalling. Het Slingeland Ziekenhuis heeft hiervoor afspraken met crematorium de Slangenburg in Doetinchem. Als u bij de crematie aanwezig wilt zijn, zijn hier extra kosten aan verbonden. Het is ook mogelijk om na de crematie de as op te halen. Ook hier zijn kosten aan verbonden.

Nacontrole in het ziekenhuis
De nacontroles in het ziekenhuis zijn voor veel ouders van overleden kinderen belangrijke momenten. Na 1 week wordt u gebeld door de verpleegkundige die bij de bevalling aanwezig was. De eerste nacontrole op de polikliniek is ongeveer 3 weken na de bevalling. De tweede nacontrole is enkele weken daarna. Tijdens de nacontroles op de polikliniek bekijkt de gynaecoloog hoe het lichamelijk en emotioneel gezien met u gaat. De gebeurtenissen worden nog eens doorgenomen. Ook worden eventuele uitslagen van onderzoeken besproken.

Als u eraan toe bent, bespreekt de arts ook de verwachtingen voor een eventuele volgende zwangerschap.

Omgaan met verlies

Ieder mens is anders. Niet iedereen ervaart en verwerkt verdriet op dezelfde manier. Bedenk dat alles wat u voelt normaal is. Mannen en vrouwen verwerken verlies vaak ook op een andere manier. Voor sommige partners komt het verwerken van hun verdriet pas later aan de orde omdat zij eerst hun partner willen steunen. Door met elkaar te blijven praten over uw gevoelens, kunt u het verlies, het verdriet en de leegte samen dragen. Ook kunt u zo voorkomen dat u van elkaar verwijderd raakt.

Het kan helpen om bij familie en vrienden aan te geven wat u van hen verwacht en waar zij u bij kunnen helpen. Ook voor hen kan het moeilijk zijn om een gesprek te beginnen omdat zij niet weten waar zij goed aan doen.

De kans op een postnatale depressie en posttraumatische stressstoornis (PTSS) is na het overlijden van een baby groter. Deze stoornissen kunnen ook bij de partner voorkomen.

Als u graag met iemand wilt praten over uw emoties en het verwerken van het verlies van uw kind, kunt u dit bespreekbaar maken tijdens de opname en tijdens de nacontrole bij de gynaecoloog.

Meer informatie
Aanvullende informatie kunt u onder meer vinden bij:

  • Stille Levens
    Stichting die ondersteuning biedt aan iedereen die te maken krijgt met babysterfte.
    www.stillelevens.nl
  • Vereniging Ouders van een Overleden Kind
    Vereniging van ouders die een kind hebben verloren. Informatie en lotgenotencontact.
    www.oudersoverledenkind.nl
  • Stichting Achter de regenboog
    Biedt kinderen en jongeren hulp bij het verwerken van verlies.
    www.achterderegenboog.nl
  • Stichting Lieve Engeltjes
    Lotgenotencontactgroepen via internet voor iedereen die te maken heeft met het verlies van een kind.
    www.lieve-engeltjes.nl
  • Stichting In de Wolken
    Informatiemateriaal (boeken, brochures etc.) dat kan helpen bij verwerken van verlies.
    www.in-de-wolken.nl
  • Stichting Still
    Stichting Still maakt kosteloos foto's van overleden kinderen vanaf 12 weken (zwangerschap). De foto's worden in het ziekenhuis of thuis gemaakt.
    www.stichtingstill.nl
  • Stichting Make a Memory
    Stichting Make a Memory maakt kosteloos foto’s van overleden kinderen in de leeftijd van 23 weken (zwangerschap) tot en met 17 jaar. De foto's worden in het ziekenhuis of thuis gemaakt.
    www.makeamemory.nl

Deze tekst is deels gebaseerd op de folder van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht.


Foldernummer: 2292-sep 19