Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Verloskunde
Gynaecologie


Verlies van uw kindje tijdens of vlak na de bevalling


Inleiding
Uw kindje is tijdens of kort na de geboorte overleden. Het is vaak onwerkelijk en niet te bevatten dat uw kindje niet meer leeft. Het is goed mogelijk dat de situatie niet goed tot u doordringt. Allerlei gevoelens kunnen meespelen: boosheid, verdriet, shock, rouw. Iedereen gaat hier op zijn/haar eigen manier mee om.

In deze intens verdrietige periode proberen wij u zo goed mogelijk te begeleiden en informeren over wat er komen gaat. De informatie in deze folder kan u helpen bij het maken van beslissingen die de komende periode genomen moeten worden. De informatie is een aanvulling op de gesprekken die met u zijn gehouden.

Opbaren

Er zijn meerdere manieren om een kindje na de geboorte op te baren:
Herinneringen
Herinneringen zijn erg belangrijk bij het afscheid nemen en voor de verwerking. Er zijn verschillende mogelijkheden om herinneringen vast te leggen. Herinneringen kunnen ook iets tastbaars zijn. Hieronder staan een aantal mogelijkheden beschreven.

Heeft u andere wensen? Bespreek ze met de verpleegkundige.

Onderzoek naar doodsoorzaak
Als de doodsoorzaak onbekend is, kan onderzoek worden gedaan om de oorzaak van overlijden te achterhalen.

Obductie
Obductie bestaat uit uitwendig en inwendig onderzoek. Bij het uitwendig onderzoek bekijkt de arts (patholoog) uw kind en worden lengte en gewicht bepaald. Bij het inwendige onderzoek wordt de borst- en buikholte en eventueel de schedel opengemaakt. De arts kijkt of de organen normaal zijn en neemt weefsel weg uit verschillende organen voor nader onderzoek. De schedel, buik- en borstholte worden zorgvuldig gesloten en met een pleister bedekt.

Babygram
Bij een babygram worden röntgenfoto’s gemaakt van het gehele lichaam van uw overleden kindje.

Chromosoomonderzoek

Als de gynaecoloog vermoedt dat er sprake kan zijn van een chromosoomafwijking, kan chromosoomonderzoek worden gedaan. Chromosomen zijn dragers van erfelijke informatie. Meestal wordt er een stukje weefsel onderzocht, bijvoorbeeld een stukje van een oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeen. Dit onderzoek gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft. Houd er rekening mee dat het niet altijd lukt om een chromosoomafwijking te vinden.

Eigen keuze
Het is uw beslissing of u toestemming geeft voor deze onderzoeken. Als u deze onderzoeken niet wilt, respecteert iedereen dat. Als u meer informatie wilt voordat u een besluit neemt, vraag het uw arts.

De uitslag van deze onderzoeken krijgt u tijdens het nagesprek met de gynaecoloog.

Naar huis met uw kindje
U mag uw kindje mee naar huis nemen en thuis houden tot de dag van de begrafenis of crematie. U krijgt van het ziekenhuis een verklaring van overlijden mee en mag uw kindje dan in de auto mee naar huis nemen. Voor velen geeft het een goed gevoel het kindje mee naar huis te nemen en thuis in het wiegje te leggen of op te baren in een mandje. Ook is het mogelijk om uw kindje thuis op te baren in water.

Als u weer thuis bent
Na de bevalling mag u waarschijnlijk al snel weer naar huis. Soms moet u langer blijven, bijvoorbeeld als er sprake is van veel bloedverlies, een hoge bloeddruk of een keizersnede. De verloskundige van de verloskundigenpraktijk bij u in de buurt, komt in de eerste week bij u langs en voert verschillende controles bij u uit.

Kraamzorg
U heeft als moeder recht op kraamzorg als uw zwangerschap 24 weken of langer duurde. Waarschijnlijk heeft u de kraamzorg al geregeld. De verpleegkundige van de afdeling neemt, indien gewenst, contact op met de kraamzorg van uw keuze. Samen bepaalt u welke zorg u thuis nodig heeft. De kraamverzorgster kan veel praktisch werk voor u doen. Zij kan voor eventuele andere kinderen in het gezin zorgen, maar ook hulp bieden als u alleen bent met uw partner.

Lichamelijke ongemakken

Uw lichaam vertoont de normale reacties na een bevalling. Dit kan confronterend zijn. Mogelijk heeft u last van borststuwing, naweeën, bloedverlies en/of pijn van eventuele hechtingen.

Enkele adviezen:
Praat met uw verloskundige of de kraamverzorgster over deze ongemakken. Zij kunnen u adviezen geven.

Aangifte van geboorte en overlijden
Uw kindje moet binnen drie werkdagen aangeven worden bij de gemeente waar uw kindje is geboren. U doet tegelijkertijd aangifte van overlijden. Vaak doet de partner deze aangifte, samen met een familielid of de begrafenisondernemer.

Kijk op de website van de gemeente, www.doetinchem.nl, welke documenten u mee moet nemen bij de aangifte. Wij raden u aan een afspraak te maken en erbij te vermelden dat het om de aangifte van een overleden kindje gaat.

Zwangerschapsverlof
Het is gebruikelijk om het normale zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken op te nemen. Overlegt u met uw werkgever en/of de bedrijfsarts wanneer u weer aan het werk kunt.

Voor partners geldt ook dat het belangrijk is om tijd te nemen voor het verwerken van verdriet. Niet alle werkgevers houden hier rekening mee. Ook zij kunnen contact opnemen met de bedrijfsarts.

Begraven of cremeren
Na een zwangerschap van meer dan 24 weken moet een kind volgens de wet worden begraven of gecremeerd. U kunt een begrafenisondernemer inschakelen om de uitvaart te begeleiden. De kosten kunt u opvragen bij de begrafenisondernemer van uw keuze. De meeste ouders kiezen voor deze mogelijkheid. U kunt zo afscheid nemen van uw kind op een manier die bij u past. U kunt ook zelf de begrafenis of crematie regelen door contact op te nemen met een begraafplaats of crematorium naar keuze. Zij kunnen u informeren over de kosten.

Nacontrole in het ziekenhuis
De nacontroles in het ziekenhuis zijn voor veel ouders belangrijke momenten. Na 1 week wordt u gebeld door de verpleegkundige die bij de bevalling aanwezig was. De eerste nacontrole op de polikliniek is ongeveer 3 weken na de bevalling. De tweede nacontrole is enkele weken daarna. Tijdens de nacontroles op de polikliniek bekijkt de gynaecoloog hoe het lichamelijk en emotioneel gezien met u gaat. De gebeurtenissen worden nog eens doorgenomen. Ook worden eventuele uitslagen van onderzoeken besproken.

Als u eraan toe bent, bespreekt de arts ook de verwachtingen voor een eventuele volgende zwangerschap.

Omgaan met verlies

Ieder mens is anders. Niet iedereen ervaart en verwerkt verdriet op dezelfde manier. Bedenk dat alles wat u voelt normaal is. Mannen en vrouwen verwerken verlies vaak ook op een andere manier. Voor sommige partners komt het verwerken van hun verdriet pas later aan de orde omdat zij eerst hun partner willen steunen. Door met elkaar te blijven praten over uw gevoelens, kunt u het verlies, het verdriet en de leegte samen dragen. Ook kunt u zo voorkomen dat u van elkaar verwijderd raakt.

Het kan helpen om bij familie en vrienden aan te geven wat u van hen verwacht en waar zij u bij kunnen helpen. Ook voor hen kan het moeilijk zijn om een gesprek te beginnen omdat zij niet weten waar zij goed aan doen.

De kans op een postnatale depressie en posttraumatische stressstoornis (PTSS) is na het overlijden van een baby groter. Deze stoornissen kunnen ook bij de partner voorkomen.

Als u graag met iemand wilt praten over uw emoties en het verwerken van het verlies van uw kind, kunt u dit bespreekbaar maken tijdens de opname en tijdens de nacontrole bij de gynaecoloog.

Meer informatie
Aanvullende informatie kunt u onder meer vinden bij:


Deze tekst is deels gebaseerd op de folder van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht.


Foldernummer: 2291-sep 19