Logo Slingeland Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Radiologie
Maag-, Darm- en Leverziekten


CT-scan van de dikke darm

CT-colon (CTC)


Algemeen
Uw behandelend arts heeft, in overleg met u, een CT-scan van de dikke darm aangevraagd, kortweg een CT-colon (CTC) genoemd. Colon is het Latijnse woord voor dikke darm. Bij een CT-scan worden er met behulp van röntgenstraling, doorsneden van het lichaam gemaakt. De dikke darm kan zo in allerlei richtingen in beeld worden gebracht. In deze folder leest u op welke manier u zich dient voor te bereiden op dit onderzoek en op welke manier het onderzoek wordt uitgevoerd.

Zwangerschap
In verband met de röntgenstraling is het belangrijk te weten of u in verwachting bent. Als u (mogelijk) zwanger bent, neem dan contact op met uw behandelend arts. Hij/zij overlegt dan met u of het onderzoek door kan gaan.

Voorbereiding op het onderzoek
Om het onderzoek goed te laten slagen is het belangrijk om op het juiste moment bepaalde medicijnen in te nemen en de dieetvoorschriften te volgen.

Innemen van medicijnen op de dag vóór het onderzoek
Bij uw afspraak op de polikliniek Maag-, Darm- en Leverziekten, heeft u het volgende meegekregen:
  • 2 flesjes Telebrix van 50 ml
  • 1 capsule magnesiumsulfaat
  • 4 tabletten Bisacodyl
Gebruiksaanwijzing Telebrix
Op de dag voor het onderzoek neemt u bij de lunch (rond 12.00 uur) en rond 19.00 uur telkens 50 ml Telebrix (1 flesje). U hoeft de Telebrix niet aan te lengen met 950 ml water zoals in de bijsluiter vermeld staat. Als u de smaak niet aangenaam vindt, mag u het wel mengen met limonadesiroop en vervolgens opdrinken.

Telebrix wordt gebruikt om eventueel achtergebleven ontlasting te markeren. Het wordt alleen door ontlasting opgenomen. Hierdoor is de scan beter te beoordelen.

Telebrix is een jodiumhoudend röntgencontrastmiddel. Als u allergisch bent voor jodiumhoudend contrastmiddel, mag u dit niet drinken. U mag het wel drinken als u alleen overgevoelig voor jodium op de huid bent. Als u bekend bent met een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie), mag u dit middel ook niet gebruiken. Neemt u bij twijfel tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Maag-, Darm- en Leverziekten, telefoonnummer (0314) 32 93 35 en buiten kantooruren met de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0314) 32 95 37.

Gebruiksaanwijzing magnesiumsulfaat
Op de dag vóór het onderzoek rond 17.00 uur, lost u de capsule magnesiumsulfaat op in een glas (200 ml) water of vruchtensap zonder vruchtvlees. Roer zachtjes en drink het glas helemaal leeg. Het magnesiumsulfaat is een laxeermiddel en is nodig om de darm goed schoon te krijgen. Het middel kan diarree veroorzaken. Zorg ervoor dat u zo nodig naar het toilet kunt. Meestal krijgt u ongeveer één tot vijf uur na het innemen van de laxeermiddelen aandrang en ontlasting. Houdt u rekening met hele dunne, wat witte ontlasting, ook 's nachts. De meeste mensen vinden magnesiumsulfaat vies. U kunt een scheut limonadesiroop aan de oplossing toevoegen tegen de bittere smaak.

Gebruiksaanwijzing Bisacodyl
Neem op de dag vóór het onderzoek rond 19.00 uur de 4 tabletjes Bisacodyl (5 mg) in met een glas water. Bisacodyl is ook een laxeermiddel.

Op een rij:
± 12.00 uur: 1 flesje (50 ml) Telebrix
± 17.00 uur: capsule magnesiumsulfaat
± 19.00 uur: 1 flesje (50 ml) Telebrix en 4 tabletjes Bisacodyl (5 mg)

Medicijnen
Tijdens de voorbereiding op het onderzoek kunt u al uw medicijnen gewoon blijven gebruiken, met uitzondering van kalktabletten (calciumtabletten). Hiermee dient u stoppen zodra u met de voorbereiding begint. Houd er echter wel rekening mee dat door de diarree niet alle stoffen goed in uw lichaam worden opgenomen.

Dieetvoorschriften

Eén week voor het onderzoek
Vanaf één week voor het onderzoek mag u geen pitten en zaden eten, zoals kiwi's, druiven en waldkornbrood.

De dag vóór het onderzoek
Ontbijt en lunch
U mag naar wens het volgende eten: wit brood, beschuit en crackers. U mag zelf weten hoeveel u hiervan eet.

Toegestaan beleg:
  • boter/margarine/halvarine;
  • kaas zonder pitjes;
  • gelei-jam (dus zonder pitjes en geen confituur);
  • gekookt ei;
  • magere vleeswaren (ham, rosbief of rookvlees).
U mag naar wens heldere dranken zonder vet en koolzuur drinken (zie: Toegestane dranken).

Als alternatief mag u als ontbijt en/of lunch één flesje Nutridrink nuttigen (verkrijgbaar bij elke apotheek). Dit is een vloeibare dieetvoeding, die veel energie bevat. Het geeft een verzadigd gevoel.

Na de lunch niet meer eten
Op de dag voor het onderzoek mag u na de lunch niets meer eten. U mag nog wel drinken (zie: Toegestane dranken).

Niet meer drinken na 24.00 uur
U mag de dag voor het onderzoek tot 24.00 uur de genoemde toegestane dranken nuttigen. Daarna mag u niets meer drinken.

De dag van het onderzoek
Op de dag van het onderzoek mag u niet eten en drinken tot het onderzoek ('s ochtends) heeft plaatsgevonden. Probeert u op de dag van het onderzoek enkele malen naar het toilet te gaan voor ontlasting.

Toegestane dranken
Tijdens het dieet mag u extra drinken, tot 24.00 uur op de dag voor het onderzoek. Alle heldere dranken zonder vet en koolzuur zijn toegestaan, zoals:
  • koffie en thee, eventueel met suiker, melk mag echter niet;
  • appelsap, druivensap, gezeefd sinaasappelsap, gezeefd grapefruitsap;
  • gezeefde, ontvette bouillon;
  • limonades zonder koolzuur;
  • water.
Niet toegestaan zijn:
  • melkproducten;
  • roosvicee.
Bij suikerziekte
Heeft u suikerziekte, dan dient u zeer waarschijnlijk uw medicatie aan te passen. Bent u bij uw huisarts onder controle voor suikerziekte, dan kunt u contact opnemen met uw huisarts als u hier vragen over heeft. Bent u onder controle bij de internist, dan kunt u bellen met de diabetesverpleegkundige, tel. (0314) 32 96 69.

Waar meldt u zich
Meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling Radiologie (eerste etage, route 62). Hier vindt het onderzoek plaats.

Het onderzoek
Voor het onderzoek doet u in de kleedruimte uw kleding uit en eventuele sieraden af. U kunt een hemd of T-shirt aanhouden. Er mogen geen (druk)knopen aan uw hemd of T-shirt zitten. Een röntgenlaborant voert het onderzoek uit.

In de onderzoekskamer neemt u plaats op de onderzoekstafel. Via een infuus in uw arm krijgt u het medicijn Buscopan® toegediend. Hierdoor ontspannen uw darmen en zult u tijdens het onderzoek minder last hebben van krampen. Door dit medicijn kunt u last krijgen van wazig zien, een droge mond, duizeligheid en een versnelde hartslag. Deze bijwerkingen zijn meestal licht en tijdelijk.

Vervolgens vraagt de laborant u op uw zij te gaan liggen. De laborant brengt een kort, dun slangetje (een canule) in uw anus. Dit kan even gevoelig zijn. Als het slangetje op zijn plek is, kunt u op uw rug gaan liggen. Via het slangetje wordt de dikke darm langzaam met koolzuurgas gevuld. Dit gebeurt met behulp van een pomp die de druk in de darmen kan meten. Dit kan krampen veroorzaken en een opgeblazen gevoel geven. Wanneer de optimale druk bereikt is, stopt de pomp direct met het vullen van het gas. Zodra er voldoende koolzuurgas in de darm zit, wordt de scan gemaakt.

U ligt met uw buik ter hoogte van de opening van het CT-apparaat. Voor het scannen verlaat de laborant de onderzoekskamer en gaat naar de bedieningsruimte ernaast. Via een raam houdt de laborant u in de gaten. Er worden verschillende opnamen gemaakt, waarbij u langzaam door de opening schuift. U hoort de röntgenbuis om de tafel draaien, maar verder merkt u niets.

Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek stil blijft liggen. Voordat de scan start, vraagt de laborant u door de intercom om uw adem een aantal seconden in te houden. Als de scan klaar is, hoort u dat u weer kunt doorademen.

Voor het tweede deel van het onderzoek vraagt de laborant u op uw buik te liggen. De laborant controleert met de pomp of er nog voldoende koolzuurgas in de dikke darm zit. Als het nodig is wordt er extra gas in de darmen gebracht. Daarna wordt opnieuw een scan gemaakt. Na de laatste scan controleert de laborant of de darmen goed zijn afgebeeld. Als het onderzoek klaar is komt de laborant bij u en verwijdert het slangetje.

Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.

Na het onderzoek
Vrijwel alle ingebrachte koolzuurgas in uw darmen wordt door het lichaam opgenomen. Het resterende deel van het gas raakt u kwijt door winden te laten. U kunt na afloop van het onderzoek gebruikmaken van het toilet in de kleedkamer. Neem de tijd om de darmen weer tot rust te laten komen. U kunt nog enige tijd krampen in uw buik hebben.

Direct na het onderzoek mag u weer normaal eten en drinken. U mag zelf naar huis rijden.

Complicaties
Neem contact op met het ziekenhuis als u:
  • na het toedienen van het medicijn Buscopan® last krijgt van pijnlijke rode ogen en zichtverlies. Neem in dat geval direct contact op met de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0314) 32 95 37.
  • na het onderzoek lange tijd hevige buikpijn heeft en koorts krijgt. Van maandag tot en met vrijdag kunt u tussen 08.00 en 17.00 uur contact opnemen met de afdeling Radiologie, telefoonnummer (0314) 32 93 35. Buiten deze tijden belt u de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0314) 32 95 37.

Borstvoeding
Krijgt u contrastvloeistof, dan kunt u gedurende 24 uur na het onderzoek geen borstvoeding geven. Wij adviseren u om de borstvoeding af te kolven en weg te gooien
De uitslag
De radioloog beoordeelt het onderzoek en geeft de uitslag door aan de arts die voor u het onderzoek heeft aangevraagd. De arts bespreekt met u de uitslag.

Filmpje
Op onze website kunt u een filmpje bekijken over wat u kunt verwachten als u een CT-scan krijgt. Om het filmpje te bekijken gaat u naar www.slingeland.nl. Klik vervolgens op Medische informatie > Artsen en specialismen > Radiologie. Onderaan deze pagina klikt u op CT-scan.

Kwaliteit en veiligheid
U moet erop kunnen rekenen dat het ziekenhuis goede en veilige zorg biedt. Zorgverleners voeren daarom op belangrijke momenten extra controles uit. Zo controleren verpleegkundigen en artsen voorafgaand aan een onderzoek of behandeling meerdere keren of alles goed voorbereid is. Ook vragen zorgverleners u bijvoorbeeld meerdere keren naar uw naam en geboortedatum. Dit is om er helemaal zeker van te zijn dat het onderzoek of de behandeling plaatsvindt bij de juiste patiënt.
Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de zorgverleners die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Het ziekenhuis is verplicht om de kwaliteit van zorg te bewaken en verbeteren. Daarom kan het nodig zijn om gegevens te verstrekken aan personen binnen of buiten het ziekenhuis. Het verstrekken van gegevens is aan wettelijke regels gebonden (zie het 'Privacyreglement Patiënten', verkrijgbaar bij Bureau Patiëntenvoorlichting).

Wanneer zorgverleners van verschillende zorginstanties samenwerken bij uw behandeling, noemt men dit ketenzorg. Als het voor een goede behandeling of verzorging noodzakelijk is dat de zorgverleners uit de keten toegang hebben tot uw patiëntgegevens, dan is dit toegestaan. Dit is echter alleen toegestaan als u van tevoren duidelijk bent geïnformeerd over welke hulpverleners van welke zorginstanties deel uitmaken van deze keten en u hier geen bezwaar tegen heeft.

Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie kunt u lezen in de folder 'Uw rechten en plichten als patiënt'. Deze folder kunt u raadplegen op www.slingeland.nl (klik op: Patiënteninfo > Folders).


Foldernummer: 2092-mei 19